Herrie
In het holst van de ochtend wakker geworden van een hels kabaal: de druivenoogst is begonnen. Eerder dan normaal, maar het weer was er dan ook naar: een zeiknat voorjaar dat veel te lang duurde, meteen gevolgd door een hittegolf die – afgezien van een kleine pauze – nog steeds niet afgelopen is. Tja, dan rijpen de druiven sneller dan normaal. Maar het belooft een schitterende oogst te worden. Dan zeur je dus niet als de ‘tractoristes’ midden in de nacht – omdat het overdag te heet is – met veel herrie en schijnwerpergeweld aan de pluk gaan. Althans, ik niet.
En helaas voor degenen die het me de vorige keer kwalijk namen dat ik over ze schreef, ik kom er toch weer op terug: de toeristen. Die klagen dus wel. En niet alleen over de herrie die nu eenmaal met de oogst gepaard gaat, daar kan ik me nog iéts bij voorstellen als je nietsvermoedend na een avondje uit met een glaasje wijn of wat, je tentje of je bungalow bent ingedoken om eens lekker door te pitten. Al denk ik wel: ‘die wijn had je niet gehad zonder die nijvere druivenplukkers’. Maar ik ben op z’n minst een beetje verbaasd als er door toeristen ook geklaagd wordt over het spelletje pétanque dat er ’s avonds op de boules-baan van het dorp gespeeld wordt. Men ergert zich blijkbaar aan het geluid van de metalen ballen die op elkaar ketsen, aan de kreten van bewondering en/of afkeer bij een mooie of mislukte worp, aan het gezellige gepraat en gelach, aan de glaasjes pastis die stiekem vanuit het eigenlijk gesloten café worden aangevoerd. Die klachten komen bij de mairie terecht. En in Decazeville (Aveyron) hebben ze de burgemeester zelfs zo gek gekregen dat hij het jeu-de-boulesspel van ’s avonds 23 uur tot ’s ochtends 8 uur verboden heeft. Die man is gek, denk ik dan.
Maar de toeristen zijn gekker. In de Bouches-du-Rhône klaagde een familie die in een dorpje een huis pal naast de kerk had gehuurd, dat de klok te luid luidde, en te vroeg. Of die maar even afgezet kon worden. En in Le Beausset (Var) kreeg de mairie klachten over een haan die zich wel erg matineus manifesteerde. Of die niet…?
Maar het meest verbijsterd was burgemeester Georges Ferrero van dat plaatsje, nog over de klachten die binnenkwamen over onze cigales. “Dat geluid! Daar werden ze gek van. Of dat niet wat zachter kon, en of er geen insecticide voorhanden was om eens en voor altijd een einde aan die pokkenherrie te maken. Ze hadden de tuinslang al op de bomen gezet (met deze droogte!), maar dat hielp niet”, vertelde hij tegen de Var Matin.
Hij heeft ze waardig van repliek gediend. En uitgelegd dat de cigale het symbool van de Provence is en onderdeel uitmaakt van ons natuurlijk erfgoed, waar elke Provençaal terecht trots op is. “En ze maken geen pokkenherrie, ze zingen.” Hij werd uitgescholden.
Ik belde onze mairie. Of het hier ook zo was? Ik moest de hoorn (ja ja, ik heb thuis nog een ouderwetsche telefoon) een eindje van m’n oor houden. Je wilde niet weten wat voor klachten ze kregen, barstte de gemeentesecretaresse los, die trouwens in Haarlem is geweest en daar lyrisch over is; sinds ik dat weet is dat haar bijnaam.
“Vertel maar.”
“Ze klagen over àlles! Dat de straatverlichting voor hun raam niet uitgaat ’s nachts, dat de pizzeria stankoverlast geeft, dat er honden los lopen, dat de bakker altijd te snel is uitverkocht, dat de épicerie te duur is, dat de winkels tussen de middag gesloten zijn, dat het office de tourisme altijd dicht is (dat klopt trouwens, maar bij het gemeentehuis vind je dezelfde info), dat de boules-baan teveel ruimte van de parkeerplaats afsnoept, dat als die volksfeesten (we hebben er inderdaad een paar vide greniers en aïoli’s op rij in augustus) een ramp zijn, en dat het altijd herrie is ’s nachts. En als je dan vraagt wat voor herrie, roepen ze doodleuk ‘krekels’. Maar onze cigales zingen ’s avonds, niet ’s nachts! Maar je hoort ze nooit over hun eigen feestjes of die vreselijke rolkoffertjes die ze zelf meeslepen, dat is pas herrie!” Ze was zó verontwaardigd dat ze er bijna in bleef.
“Wat zijn dat dan voor toeristen? Waar komen ze vandaan?”
“O, uit Engeland, uit België, uit Nederland. Maar de grootste klagers zijn ‘les nordiques français’, van Bordeaux tot Parijs (voor een Provençaal is iedereen die boven Montélimar woont een noorderling). Die staan al strak van de stress bij het minste geluid, waarschijnlijk omdat ze niet tegen de warmte kunnen. Maar razen kunnen ze als de beste!”
“En wat zeg je dan, als ze uitgeraasd zijn?”
“Ecxusez moi, mais vous êtes en Provence! En dan hang ik op. Of ik sluit de balie.”
Hier heb ik maar één woord voor: chapeau! Dat zei ik dan ook.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.