Katte-Bach
Als ik er over nadenk, heb ik maar een raar soort kat in huis gehaald, zo’n jaartje geleden. Ché heet ie, zo gedoopt door de echtgenoot toen hij (die kat hè) nog een moppig bolletje pluis was, maar al wel heel precies wist wat ie wilde. En dat duidelijk maakte ook: “’t Is een guerillero.” Vandaar.
Eigenlijk was Ché de kat van de buren een eind verderop. Daar was al een oude poes, meegebracht door de nieuwe vriendin van de buurman, een gescheiden vader met een zoontje van een jaar of zeven. Het kind wilde op zeker moment een eigen kat. Mocht niet thuis bij z’n moeder, te gedoe: “Regel dat maar met je vader. Dan zie je het beestje wel in de weekeinden.”
Dat mocht, van de vader. Tegenwerpingen van de vriendin hielpen niet, er kwam een nauwelijks het nest ontgroeid katje de ‘menagerie’ versterken. Ging vanaf het begin mis. Het kleine mormel bleek al snel behoorlijk bazig, de oude poes moest niets van dat hondsbrutale opdondertje hebben. Het werd pesten, het werd brokjes jatten, het werd territoriumdrift (lekker in huis poepen en pissen) en niet veel later vochten ze elkaar de tent uit. Van de buurvriendin mocht de kleine het huis niet meer in. ‘Bon’, moet het mormel gedacht hebben, ‘kijken we gewoon een deurtje verder’.
Hij kwam binnen door de kierende keukendeur, jatte wat kaas van het aanrecht en stuitte bij zijn verdere verkenningstocht op twee slapende honden in de woonkamer. Van schrik stonden ze hem – in elk geval in eigen waarneming – even naar het leven, maar binnen een half uurtje had het mini-mormel hen getemd. Je slaapt sindsdien als hond pas op de bank als Ché dat toestaat, en op de etensbakken wordt streng toezicht gehouden, eerst Ché en dan de rest. Maar hij gaat wel weer heel solidair met ze mee uit wandelen, al krijgt iedereen een grote bek als het te snel gaat. Met de kleinste van de honden mag hij bovendien graag een potje judo-en. Dat gaat er hard aan toe, maar nooit vals, en na afloop doen ze samen een tukje in een hondenmand. Meneer zelf heeft twee eigen onderkomens ingericht in oude wijnflessendozen, een ‘maison sécondaire’ in de woonkamer en een ‘résidence principale’ op kantoor. Gewoon, omdat ie graag bij je in de buurt ligt te pitten en ik zit meestal op kantoor. Na een rondje over het toetsenbord en een paar kopstootjes duikt hij z’n doos in en gaat onder zeil. Maar uitsluitend op de tonen van Bach, m’n favoriete werkmuziek. Zelfs de printer die er vlak naast staat krijgt hem dan niet meer wakker. Pas als de muziek uit gaat kijkt meneer verstoord om zich heen. Maar alleen voor een goed gevulde etensbak komt ie z’n doos uit. Goed gevuld slaat overigens niet alleen op de hoeveelheid maar ook op de kwaliteit van het gebodene. Iets vlezigs, altijd welkom. Spaghetti, rijst, sperziebonen, geen bezwaar. Maar vis? Kom op zeg!
Een borrelhapje tijdens het apéro, graag. Een olijfje, stukje kaas, droge worst, het is weg voor je er erg in hebt en de chips ‘à l’ancienne’ graait hij desnoods uit je hand. Maar kom niet aan met kroepoek: hondenvoer! Inmiddels nipt hij ook aan het bier en de witte wijn, maar een glaasje prosecco is nog een brug te ver, dat prikt in je neus. Waar dat eindigt, geen idee, maar van een kater de volgende ochtend heeft hij in elk geval nog nooit last gehad. Zodra meneer het tijd vindt – en dat is vroeg – mauwt hij je subiet je bed uit. Zijn de honden trouwens wel blij mee, met zo’n vroege vogel die ze aan een rondje dauwtrappen helpt. Wij minder.
“Kunnen wie Ché niet gewoon wat meer negeren?” gaapte ik vanmorgen tegen de echtgenoot.
“Kan niet,” vond hij, “lukt met jou ook niet. Hij lijkt op je.”
Ik besloot het als een compliment te beschouwen en sjokte naar de keuken op zoek naar koffie en m’n kaplaarzen. Daar trof ik het mormel te midden van een hoop uit elkaar gereten knoflookbollen, smakelijk kauwend op een teentje.
“Brokkenkat!”
Hij wees nog net niet op z’n lege etensbak. Nee, hier viel niets te negeren.
En ik vind bij nader inzien dat ie níet op me lijkt. Behalve dan als het gaat om Bach, daarover zijn we het roerend eens.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.