Columns

Buitenlands betalingsverkeer

Er moest een rekening in Nederland betaald worden. Leek me geen probleem, het banksaldo was in orde, dus ik tikte de gegevens van de begunstigde in op mijn internetrekening.
Wham! Alarm!
‘Bij buitenlandse betalingen dient u contact op te nemen met uw bankfiliaal. De betaling gaat niet door’.
Wat nou ‘gaat niet door’?
Ik boek al jaren met enige regelmaat bedragen over naar de andere kant van de Franse grens.
Ik belde met het lokale bankfiliaal, dacht ik. Maar dat nummer was inmiddels overgenomen door een digitale computermevrouw die mij via een tergend langzaam meerkeuzemenu een dik kwartier door een digitaal doolhof stuurde om vervolgens te concluderen dat alle medewerkers bezet waren en dat ik het later nog maar eens moest proberen.
Na diverse pogingen kreeg ik mijn ‘persoonlijke conseilleuse’ aan de lijn. Die me verordonneerde een mailtje te sturen, met de gegevens van de ‘begunstigde’, die dan zou kunnen worden toegevoegd aan het al bestaande lijstje van mensen die ik regelmatig wat moet betalen. Want een niéuwe meneer of mevrouw die geld van me zou krijgen, ja zeg, dat ging zo maar niet.
Op het mailtje kwam geen antwoord. Dagenlang niet, de betalingstermijn waar ik rekening mee moest houden, zou al bijna verstreken zijn. Ik belde weer. Een andere conseilleuse aan de lijn. Ik moest een mailtje sturen. “Maar dat heb ik al gedaan!” Ze was bereid om het na te kijken. Ze vond zowaar het mailtje. Ze was zelfs bereid de profiteur van mijn gulle gift aan mijn bankierslijstje toe te voegen zodat ik de overboeking zou kunnen effectueren. Ik heb haar uitbundig bedankt. En inderdaad, twee dagen later stond de beoogde begunstigde op mijn internetbankierslijstje: ik kon betalen.
Ergens in de vorige eeuw, toen een vers aangeschafte beknopte ruïne die ooit een tweede huisje zou moeten worden, dat noodzakelijk maakte, opende ik met ondersteuning van de betrokken makelaar een Franse bankrekening. Bij de Crédit Agricole, zeg maar wat vroeger in Nederland de Boerenleenbank was.
Ik kreeg een rekeningnummer dat begon met 07, dat was omdat de bank dan kon zien dat je een buitenlander was. Ik herinner me nog dat ik tegen de baliebediende grapte dat ie voor de zekerheid dan maar beter een extra nulletje voor die zeven kon zetten: “007?” probeerde ik nog. De grap kwam niet aan, James Bond was in die dagen nog een onbekend fenomeen in Frankrijk. Gevoel voor humor ook. Nu nog steeds, vrees ik weleens.
Na een week of wat kreeg ik een chèqueboek, na een jaartje keurig bankieren kwam ik tevens in aanmerking voor een Carte Bancaire. En aan het eind van de vorige eeuw kwam daar zelfs internetbankieren bij; de vooruitgang kende geen grenzen. Of eigenlijk wel, want in het begin kon ik via het internet uitsluitend zien wat er op m’n rekening gebeurde. Doehetzelf-bankieren? Het idee! Levensgevaarlijk voor leken zoals ik. Dát deed de bank wel.
Na verloop van tijd kwam er voorzichtig verandering in. Ik kreeg een vooruitstrevende brief per post (e-mail?, ja zeg…) waarin mij uiterst modern betalingsverkeer werd beloofd. Ik ‘mocht’ via internet een toegangscode en een wachtwoord aanvragen en dan zou ik bij elke gewenste transactie een smsje krijgen om de overboeking te legaliseren. Nou, dat was al heel wat, die code wilde ik wel.
Enthousiast logde ik in op mijn internetaccount en begon het formulier in te vullen. Alle persoonlijke en adresgegevens die de bank al had, rekeningnummer, plus mobiel telefoonnummer. Daarna liep het spaak. Er werd om mijn persoonlijke toegangscode gevraagd. Die had ik niet, die wilde ik nu juist aanvragen.
Tot mijn verbijstering werd ik de volgende ochtend teruggebeld door de bank: met welk filiaal ik wilde spreken. Ik gaf plaats en postcode op en werd doorverbonden met mijn eigen filiaal. Ik legde het probleem uit. “Tja, daarvoor moet u toch echt even langskomen.” Ik kwam langs, ik kreeg een code en kon internetbankieren, zo werd me verzekerd.
“Thuis nog wel even inchecken en de ‘code provisoir’ in een eigen code omzetten”, voegde de baliebediende eraan toe.
Ik deed braaf wat er verlangd werd, kwam in internetcontact met mijn bankrekening en dacht een overboeking te kunnen doen. Helaas. Daartoe moest ik eerst de begunstigde aan mijn internetrekening koppelen. Ik sloeg voortvarend aan het koppelen op het daartoe bestemde invulformulier. Dat was iets te optimistisch gedacht. Bij de laatste klik verscheen er een blikkerend waarschuwingsschermpje: ‘voor het toevoegen van een begunstigde, ga langs bij uw lokale filiaal’.
Ik heb daar inmiddels heel wat voetstappen liggen, en een aardig lijstje opgebouwd. Intussen is de bank zó vooruitstrevend dat ik zelfs zélf via internet naar een Franse (!) rekening kan overboeken.
Maar een kersvers buitenlands persoon met recht op mijn geld?
Kom eerst maar even langs bij je lokale filiaal.
Dit speelde dus vorige week, we leven in de 21e eeuw.
Even bedacht ik dat ik dat ik met een louche borsalino, een zonnebril en een toegevoegd mondmaskertje naar binnen zou moeten stappen; met een kalasjnikov kan ik niet overweg. Ik zag ervan af. Als je mondkapje afzakt heb je al een boete te pakken. Het werd bellen, en wachten, en terugbellen.
’t Is uiteindelijke gelukt, zomaar wat centjes overboeken naar een ander EU-land.
Ik bracht het goede nieuws als een groot succes aan de echtgenoot, die net het avond-apéritief inschonk. Mwah. Hij vond André van Duin een betere dijenkletser.
Ik ook, maar leg dat maar eens uit aan de Crédit Agricole zonder je krediet kwijt te raken.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.