Columns

Corona-shoppen

Tja, het moest er toch weer van komen: de wekelijkse boodschappen. Ik zie er normaal gesproken al als een berg tegenop – ik heb nou eenmaal een pesthekel aan dat geshop – maar langer dan een week is het echt niet uit te stellen. Ik kies er al jaren een doordeweekse dag voor uit, zeker geen zaterdag! En een rustig tijdstip: de voor Fransen heilige lunchtijd. Sinds de coronacrisis blijkt dat zelfs een gezegend tijdstip, want de supermarché in de stad is een oase van rust. Ook een oase van lege schappen trouwens, van het beloofde “nee hoor, geen gebrek aan aanvoer” van overheden blijkt in de praktijk maar weinig te kloppen. Met name pleepapier, handzeep en dierenvoer zijn in geen velden of wegen te bekennen. Het laatste dat ik voor m’n bejaarde honden kon bemachtigen was een zak ‘babybrokjes’. Ze vinden het trouwens heerlijk, de kat eet er ook graag een hapje van mee.
Bon, maar weer proberen de voorraden aan te vullen dus. En nee, ik weiger nog steeds te hamsteren; ik ben de enige niet hè, die eerste levensbehoeften nodig heeft.
Met uitgeprinte ‘attestation’ op zak, ‘home made’ desinfecterende gel en frisse tegenzin de auto in.
Normaal gesproken kom je al niet veel verkeer tegen tussen ons gehucht en de stad, maar de laatste weken rij je echt over een vrijwel geheel lege départementale; ergens halverwege het traject scharrelde zelfs een toompje kippen over de weg.
Aan de rand van de stad – voor het eerst sinds de crisis – een coronacontrole. Twee ongemondmaskerde en ongehandschoende policiers gebaarden me het raampje vooral niet open te draaien. Vereiste papieren graag tegen de ruit houden, en een beetje luid en met stemverheffing antwoorden op vragen, vanuit de dichte auto. Ik geef ze groot gelijk, sinds minister Castaner van Binnenlandse Zaken vanochtend verordonneerd heeft dat alle beschermende attributen voor politiemensen met onmiddellijke ingang zijn gevorderd ten behoeve van medisch personeel. Dat snap ik ook best, die lui werken in de frontlinie en er is een schrijnend tekort aan spullen. Maar die policiers snap ik ook wel. Je zal maar door de een of andere hufter door een open portierraampje worden aangeblaft. Heb je het dan, dat vuige virus, of heb je het niet? Er wordt dus nu door de politievakbond simpelweg gesteld: “Geen bescherming? Geen controles!” Meneer Castaner heeft nog niet gereageerd. En intussen heeft de préfectur van de Var dan maar verordonneerd dat auto-inzittenden hun raampjes dicht moeten houden. Je moet toch wat.
Het parkeerterrein voor de supermarché was weldadig leeg, de rekken met caddy’s vormden de rijen, niet de bezoekers. Volgens mijn zoon in NL worden de karretjes daar netjes voor je gedesinfecteerd bij de ingang. Hier niet, dus ik sta zelf maar te poetsen voor ik zo’n ding van z’n slot trek.
Eerst het schap bij de ingang maar checken: is er vers brood of niet? Yep! Stond alleen wel iemand breeduit voor. Een ‘mevrouw’. Mondkapje voor, handschoentjes aan. Op haar dooie gemakje haalde ze zo’n beetje alles aan beschikbaar brood uit de schappen om het een voor een uitgebreid te bestuderen. Niet gewoon kijken hè, maar echt álles bepotelen. Sorry hoor, maar voor mij ben je dan al bijna een paria. Na een minuutje of vijf, zes, zeven was m’n geduld op. “Madame! Ça va? Ç’est vraiment nécessaire de tout toucher?!” Ze keek dwars door me heen, en ging door met waar ze mee bezig was. Ik heb geen brood gekocht. Dat probeer ik toch al zoveel mogelijk op m’n dorp te kopen. Maar ja, de aanlevering bij de boulanger is problematisch. Net als die bij de épicerie, waar verse groenten al niet meer verkrijgbaar zijn en de houdbare levensmiddelen ook vrijwel uit de schapjes zijn verdwenen.
Hoe lang nog, denk je dan, voor het hele land stilstaat? En de cave is ook al dicht.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.