Cotignac, wel of niet?
Omdat ik denk dat heel veel (zo niet alle) narigheid uit overbevolking voortvloeit, keek ik met iets van vreugde naar de demografische ontwikkelingen in Cotignac (Le Var). Want Cotignac groeit niet, Cotignac krimpt.
Volgens het Office du Tourisme niks om je druk over te maken en mocht dat ‘après-corona’ weer een keertje kunnen, dan moet je er vooral op vakantie komen.
Ik heb er weleens een kijkje genomen, in Cotignac. Je snapt dan wel dat de erkenning als ‘village de caractère’ nog net niet overdreven is, maar dat promotie naar de lijst van ‘Plus Beaux Villages de France’ echt te hoog gegrepen is. Je hebt er een soort hoofdstraatje, de Cours Gambetta met Champs-Élysées-pretenties, maar wie er per ongeluk verzeild is geraakt, komt niet verder dan ‘tja…’ Dacht ik ook toen ik daar qua lunch voor een pizza aanlegde. Het is ook – alweer – zo’n stadje met een niet te controleren vaaggeschiedenis die tot veel langer dan bijna ontelbare eeuwen terug zou gaan en met iets recentere verhalen waarvan je ook niet weet of het allemaal wel klopt.
Pelgrimsoord en kinderwens
Zo schijnt op 3 km van Cotignac een of andere houthakker in 1519 een visioen van Maria toe-gemaild te hebben gekregen. Met de overzichtelijke opdracht: bouw even een kerk, die Notre-Dame de Grâces moet heten. Ik ben in mindere mate van de religieuze en of andere wonderen, maar in Cotignac houden ze vol dat Lodewijk XIV er verwekt is. Of de mensheid gebaat was bij de geboorte van de Zonnekoning, is vast een hele kwestie. Maar het zou zo zijn dat Lodewijk XIII en Anne van Oostenrijk na twintig jaar huwelijk nog geen kinderen hadden. In 1637 kreeg het echtpaar precies 9 maanden na hun bezoek aan Cotignac alsnog een zoon. Sindsdien is die kerk een pelgrimsoord voor mensen met een kinderwens.
Loopt het stadje leeg?
Ondertussen is wel zo dat ouderdom een begrip is dat ook bij het stadje past. Heb ik het niet alleen over de voormalige grotwoningen, uitgehouwen in de rotsen, die je kunt bekijken als je conditioneel niet in de onderbond van de wandelvereniging bivakkeert en je niet buiten adem raakt van een fraai uitzicht.
Maar daar ging het niet om. Er wonen vooral oudere mensen in Cotignac, en kennelijk ben ik de enige niet die wat minder opgetogen is over het plaatsje. Want er willen steeds minder mensen wonen. Aldus de cijferjunks van het officiële statistiekbureau Insee.
Terwijl in alle dorpen in het ‘arrière-pays’ het aantal ‘habitants’ juist in hoog tempo toeneemt, gebeurt dat niet in Cotignac. In 5 jaar: 7.5% minder inwoners. Volgens burgemeester Jean-Pierre Véran is zijn gemeente ‘atypique’. Hij heeft ‘normalement’ iets van 3.000 à 3.500 ingezetenen, ’s zomers wel 6.000.
De zomergasten
Dat verschil wordt uitgemaakt door de eigenaren van die ‘maisons sécondaires’, vakantiewoningen van Belgen, Nederlanders, Duitsers, Denen en Zweden. Die – mogelijk vaak ook om fiscale redenen – niet definitief voor Cotignac kiezen. En dus vindt de burgemeester dat er – laten we zeggen – kritisch naar de statistieken van dat Insee gekeken moet worden. Het is helemaal niet waar dat ‘zijn’ Cotignac leegloopt.
Ik zou er als burgemeester juist blij mee zijn: minder mensen. Aanvoerder in de strijd tegen de overbevolking in het ‘arrière-pays.’ Die daar elders om zich heen grijpt.
Ik zou een voorbeeld nemen aan burgemeester Jean-Claude Félix van Rocbaron (Le Var) die zijn bevolking sinds de jaren zestig van 100 naar 5.200 zag toenemen. Hij heeft genoeg van die bevolkingsgroei en doet niet meer aan nieuwbouw. Mooi geweest.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.