De Gele Trui en armagnac in Chinese handen
Voor abonnees …
In mijn omgeving was er iets van onbegrip. Dat komt wel vaker voor. Ook en vooral als ik iets vind; étranger met on-Franse opvattingen. Maar dit keer waren we het helemaal eens. Wie verkwanselt er nou echt Frans erfgoed (patrimoine) aan een Chinees? ’t Ging erover dat president Macron zijn Chinese evenknie tijdens een staatsbezoek een Tour-de-France Gele Trui cadeau heeft gedaan. Er zijn grenzen, was onze mening. Geen sprintje en geen klassement gewonnen, toch die trui op de Chinese Muur in Peking. De ex-onderwijzer uit Amiens, import-Provençaal, vroeg zich af: wat kost dat allemaal niet, zo’n staatsbezoek. Hebben die presidenten geen fax, of zo? Hij wel. Ik had gelezen dat die meneer Xi Jinping ook een fles armagnac had gekregen en ik begon over de Nederlandse connectie met die drank. Men had nul belangstelling. En/of bijvoorbaat ongeloof. Maar die relatie is er wel degelijk. Lees maar.
Brexit avant la lettre
Kijk, een paar eeuwen terug, in de 17e eeuw, hadden de Engelsen het nogal voor het zeggen in Europa. Beetje vervelende mensen, Brexit avant la lettre? Ze verboden bijvoorbeeld het vervoer van wijn over de rivier de Garonne als dat alcoholische druivensap niet uit de Bordeaux-streek kwam. Moet je even weten dat vooral de altijd zeevarende Nederlanders ter hoogte van Bordeaux graag wijn insloegen. Maar eenmaal terug in het oude vaderland smaakte die wijn toch minder, de kwaliteit had onder de reis geleden. En dus pleitten de zeelui uit het hoge noorden voor gedestilleerde witte wijn, brandewijn die langer houdbaar is. De wijnboeren in de streek Charente rond Bordeaux pikten de Hollandse suggestie op, ze roken handel. Zo werd de basis gelegd voor wat nu cognac heet, uitgegroeid tot een mondiale ‘big hit’ met een goudgerande reputatie.
Brandewijn uit de Gascogne
Maar iets meer naar het zuidoosten van Frankrijk, in de regio Gascogne, werd ook al heel lang brandewijn gemaakt, armagnac. Die dus van de Engelsen niet over die rivier naar zee mocht. Even buiten de gewiekste Hollandse kooplieden gerekend. Die betoogden dat de brandewijn uit de Gascogne van echt een heel andere orde was dan de cognac van de Bordeaux. Wegens een andere manier van ‘bereiding’. En verdomd, ze kregen het voor elkaar, die Oranje-klanten. Armagnac mocht – aanvankelijk desnoods vermomd als cognac – via de Garonne geëxporteerd worden. Er zal vast wel wat corruptie en omkoping gespeeld hebben, maar de wijnbouwers in de Gascogne hadden er een internationale afzetmarkt bij dankzij vooral de importeurs rond de Zuiderzee die in armagnac een lucratieve aanvulling op hun aanbod hadden herkend.
Armagnac is 200 jaar ouder
Voor zover die geschiedenis betrouwbaar is, introduceerden de Grieken en de Romeinen de wijnbouw in Frankrijk, en later de Arabieren de destillatie-methoden. Praat je over de destijds innovatieve alambiek, meestal van koper.
Een destilleerkolf, waarvan de naam is een afgeleide van Al Anbic, dat staat – ongeveer – voor ‘in de pot’. Aanvankelijk vooral gebruikt door alchemisten en andere goudzoekers. In een latere fase zagen ook jeneverstokers en vooral parfumeurs er wel wat in.
Een therapeutisch geheim
Vrijwel zeker is dat armagnac al sinds de 12e eeuw bestaat, wat impliceert dat armagnac iets van 200 jaar ouder is dan cognac. Je weet het maar nooit met oude archieven, maar een feit is dat ze in het Vaticaan een document uit 1310 hebben waarin te lezen staat dat armagnac, mits met mate geconsumeerd (toen al!) je vrolijk maakt, je gezondheid conserveert en de dementie vertraagt. Armagnac als een therapeutisch geheim! Je kunt veel van toenmalige pausen, kardinalen en pastoors zeggen, maar verstand van lekkers hadden ze in elk geval wel. Of het allemaal klopte, is vers twee.
Het verschil: eerste en tweede ‘stoking’
Het grote verschil tussen cognac en armagnac is – laten we zeggen – de tweede ‘stoking’, al mag je dat niet zo noemen. In de prakrijk: cognac gaat twee keer in de destillatie, armagnac maar één keertje. Dat levert een onmiskenbaar smaakverschil op dat de ware liefhebber nooit zal ontkennen en altijd proeven. Na het eerste destilleren heeft cognac een alcoholpercentage van iets van 70%, bij armagnac verschilt dat nogal. Heeft te maken met de manier van aanpakken én de ‘terroir’ waar de druiven opgroeiden. Per saldo heeft armagnac uiteindelijk een groter wateraandeel waarin de geur- en smaakstoffen huizen. Laat onverlet dat beide dranken opgroeien in eikenhouten vaten en zich baseren op dezelfde druiven: in hoge mate Ugni Blanc, maar ook Folle Blanche, Jurançon Blanc en bijvoorbeeld Sémillon.
Er gelden strenge regels
Cognac moet uit de omgeving van de stad Cognac komen, pas na tweeënhalf jaar rijping mag de drank ‘cognac’ genoemd worden.
Armagnac moet uit de Gascogne komen en vóór 31 maart van het jaar na de druivenoogst gedestilleerd worden. Tenzij, we zijn in Frankrijk, de klimatologische omstandigheden uitzonderingen rechtvaardigen. Armagnac, al jaren een eigen AOC (Appéllation d’Origine Controlée), komt de facto niet verder dan 15.00 ha. Cognac heeft in dit opzicht meer te bieden. Maar voor beide digestieven geldt dat er zwaar gecontroleerd wordt of de regels qua productie en zelfs etikettering wel gerespecteerd worden. Frankrijk is nogal voorzichtig met die superieure dranken waarmee het land zich nadrukkelijk onderscheidt.
Volstrekt terzijde: als je in een restaurant op de wijnkaart ‘brandy’ tegenkomt: dat is een verbastering van het Nederlandse ‘brandewijn’.
Altijd weer die Hollanders.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.
