De Parfumpapy’s
Vandaag na alle regen weer even voor het apéro naar de kroeg geweest om bij te praten. Geen betere nieuwsvoorziening dan het kluitje bejaarde roddelkonten dat -borreltje voor de neus, en bij dit weer snottebel eraan- alles beter, uitgebreider en actueler weet dan de krant, de tv of het internet. Hoe ze het doen? Geen idee, maar ik hou het op de dorpstamtam die véél verder reikt dan het dorp: bouche à l’oreille. Natuurlijk vervormt er van alles onderweg, maar de essentie van het nieuws blijft doorgaans akelig accuraat overeind. Zij wisten vóór de Nice Matin en France 3 van die dode mevrouw die onder de modder verstikt was in Sainte-Blaise in de Alpes-Maritimes. Van het schip dat was aangespoeld op het privé-strand van het Carlton in Cannes. Van de halve meter sneeuw die er inmiddels ligt in de bergen bij ons in de buurt. Van het hondje van de bakker een dorp verderop dat vannacht een hartaanval kreeg en het dankzij mond-op-mondbeademing door zijn baasje overleefde (inderdaad, een hele warme bakker). Van madame Jeanette die op 87-jarige leeftijd haar 84-jarige amant de deur had gewezen (ze zijn kras, bij ons op het dorp) en van de houthandelaar die mij ‘minstens’ een sterre te weinig had geleverd. Ja, ook dat klopte, al is het inmiddels rechtgezet, maar hoe konden zij dat weten? Kortom, de roddels ratelden door de kroeg. En ik was er nog niet eens gezellig bij komen zitten. Dat laatste vergt namelijk enige zelfoverwinning. Nee, een rondje geven is geen punt. Tegen de ferme meppen op de schouder en de wat ondeugender blijken van genegenheid ben ik wel opgewassen. Maar ik moet ze zoenen. Allemaal. Op twee wangen, want zo is de mores hier. En echt, het gaat niet om die snottebel die hier en daar nog niet in een ruim bemeten zakdoek is beland; daar manoeuvreer ik wel langs. Het gaat om de aftershave, de ‘eau après rasage’, waarmee de rimpelwangen rijkelijk worden besprenkeld als de oudere garde het dorp in trekt. De ‘papy’s’ van het dorp houden van decorum, ze lopen er niet voor schobberdebonk bij en ze willen al helemaal niet ruiken als de eerste de beste ‘artisan’, naar zweet; dat doet teveel aan het eigen verleden denken. Een beetje papy giet minstens een halve fles après rasage langs de kin voor hij de deur uit gaat. En omdat de bejaardentoelage van overheidswege minimaal is, en de geursmaak op ontwikkelingsniveau is blijven steken, gaat het doorgaans om vileine vuiligheid met een ‘parfum’ dat het midden houdt tussen insecticide en gootsteenontstopper. Geeft allemaal niks, behalve dan dat die penetrante rotzooi zelfs na twee van de allervluchtigste zoenen niet meer van mijn kaken te schrobben is. Al hou ik de adem in, ik ruik het toch. En ik ruik het na een uurtje nog steeds. Ik ruik het zelfs nog ver voorbij het avondeten en tot diep in de volgende ochtend, ook al heb ik me bij thuiskomst uitbundig onder de douche afgespoeld en een andere outfit aangetrokken. Er zou nog wel mee te leven zijn, ware het niet dat alles wat ik na zo’n zoenbegroeting van de papy’s drink of eet, er naar smaakt. Zelfs een stevige kom huisgemaakte knoflooksoep (daar gaat een hele bol in) is er niet tegenop gewassen.
Mijn man vond aanvankelijk dat ik me aanstelde. Tot hij op nieuwjaarsdag, 25 jaar geleden of zo, voor het eerst en onverhoeds door eentje van hen werd gezoend. Hij heeft het er nog vaak over.
Wat kan ik doen? Ze botweg negeren is onbespreekbaar, bovendien zou ik dan flink wat sappige nieuwtjes missen. Een stevige verkoudheid voorwenden kan, alleen niet het hele jaar rond. Uit de verte wuiven werkt. Soms. Tot ze me erbij roepen natuurlijk, om de vetste roddels van de dag te delen.
“Had je maar niet moeten vertellen wat je werk is”, herhaalt mijn man met enige graagte.
“Maar ik heb ze nooit wat verteld! Ze wéten het gewoon!”
“Smeer jezelf dan onder de goedkope parfumrotzooi”, luidde het voorstel, “dan houdt het vanzelf op.”
“Briljant! Behalve dan dat ik geen goedkope parfumrotzooi heb.”
“Wat staat er dàn in de badkamer?”
“L’Air du Temps! Van Nina Ricci! Dat vinden ze vast verrukkelijk! Bovendien, als ik me met goedkope rotzooi besproei, heb ik vooral mezélf te pakken!”
Ik had een beter idee, dacht ik: “Ik neem gewoon vooráf een flinke kom van m’n eigen knoflooksoep. Dat zal ze leren.”
“Vergeet je niet iets? Die lui zwemmen in de knoflook, die ruiken niks. Vous êtes en Provence, madame.”
Ik geef het op.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.