Columns

Deux minutes

Afluisteren is niet netjes, natuurlijk niet, en ik ben de geheime dienst of de politie niet. Maar soms tref je op het caféterras in het dorp van die types met een stemvolume dat afgestemd lijkt op de opera’s in het Théâtre Antique in Orange; ook de achterste rangen worden probleemloos omver geblazen zullen we maar zeggen. Dan hoor je dus onvermijdelijk méér dan je zou willen horen terwijl mijn oren aan de beknopte kant zijn, vergeleken bij de flaplappen van m’n honden. Zaterdag, toen de mistral eindelijk even z’n windorgel aan de wilgen had gehangen, was er een tafeltje verder een bariton – volume misthoorn – overdreven luid & duidelijk aan het woord. Hij stelde met opera-poeha druk gebarend vast hoe de uitdrukking ‘deux minutes’ in de praktijk geïnterpreteerd moest worden. Er was geen ontkomen aan, ik móest meeluisteren.
En ik dacht: deux minutes? Daar weet ik alles van! Toen ik pas in Frankrijk woonde, leerde ik in een mum van tijd dat de toezegging ‘deux minutes’ niets met twee minuten te maken heeft. Smachtend naar een openingsglaasje rosé in een restaurant en dan zo’n ober die beweert: deux minutes! Je mag blij zijn als je voor sluitingstijd iets te drinken toegeschoven krijgt. Iemand aan de telefoon die zegt: deux minutes!, waarna je uren in de wacht hangt. Als je wordt aangeklampt met de vraag ’t As deux minutes?’ weet je zeker dat er een oeverloos betoog volgt. Ik begreep al gauw dat de uitdrukking voor iets als ‘dat kan nog wel even duren’ staat. En dat deux minutes in werkelijkheid ‘maak je vooral geen illusies’ betekent.
Toen ik ermee vertrouwd was geraakt, ben ik die uitdrukking vanzelfsprekend ook zelf gaan gebruiken. Als de bereiding van de lunch niet ‘comme il y faut’ verliep en er op het terras in de tuin alvast de wielerterm ‘hongerklop’ werd gelanceerd, dan liep ik doodgemoedereerd naar buiten met een bakje olijfjes, wat knabbeltjes en een geruststellende glimlach: “Deux minutes!” Men is er inmiddels aan gewend dat dat minstens een kwartier, mogelijk langer betekent. Maar dan heb je ook wat. Grijns.
Toen ik me niet meer liet afleiden door de ghettoblasterbuur op het terras, bladerde ik door de krant. Een heel verhaal over dat wij hier in het zuiden de meest nerveuze automobilisten van Frankrijk zouden zijn. Wat een onzin! Ik ben toch al niet zo’n fan van allerlei nodeloze onderzoeken en enquêtes waarvan de resultaten qua betrouwbaarheid niet onderdoen voor de natte vinger in de lucht. Journalist hè, vakdeformatie. Wantrouwen is dan je middle-name. Oké, toen ik hier pas woonde en nog een auto met een Nederlands kenteken had, was het in het achteruitkijkspiegeltje vaak nogal druk. Ik moest wennen aan de kronkelweggetjes, opgegroeid met het kaarsrechte lineaalformat van het Hollandse polderwegennet als ik was. Bochtjes sturen duurde wat langer dan bij de gemiddelde kamikazepiloot die hier in Zuid-Frankrijk aan het stuur zit. Het wende sneller dan dat ik m’n auto op Frans kenteken kreeg. Ik rijd ze er intussen, geroutineerd en relaxed, allemaal af. Maar om dat nou nerveus te noemen… Een haarspeld is ook maar een bochtje.
Al snap ik best dat een toerist daar anders over denkt. Je zal maar als comfortabele camperrijder zo’n toeterende autochtoon achter je krijgen: “Opzij opzij opzij!” Herman van Veen zou het niet eens meer durven zingen.
Maar nee, dat is niet nerveus, dat is temperament. Heeft ook niks met haast te maken. Daar zijn ze hier nou juist helemaal niet goed in. Heb je een afspraak, dan kom je geheid een kwartiertje te laat. ‘Un petit quart d’heure de courtoisie’ noemen we dat: een beleefdheidskwartiertje. Door een beetje te laat te komen geef je de gastvrouw/heer de tijd op tijd klaar te zijn, want die zijn natuurlijk ook te laat, zoals dat gaat.
De brulbroei op het caféterras schaalde intussen nog een octave hoger op en loeide op stadionsterkte: “Als een Arabe ‘deux minutes’ zegt, bedoelt-ie eigenlijk ‘une heure et un quart’, vat je ‘m?” trompetterde hij schaterlachend.
Het was me wel duidelijk. Ik kon kiezen tussen hem op z’n bevooroordeelde smoel meppen, of wegwezen. Ik koos voor het laatste en monkelde nog wat na tegen de kroegbazin terwijl ik de rekening voldeed.
“Laat maar lullen”, zei ze geruststellend, “niet van hier, pas de notre.”
Thuis bracht ik verslag uit aan de echtgenoot.
“Ja, als we zo gaan beginnen… Deux minutes roepen en dan vijf kwartier te laat komen? Dan doe ik wel een hoofddoek om en ga zelf alvast de uien schillen.” Humor.
Leek me evengoed geen goed plan. Hij kreeg m’n krant, ik ging de keuken in. “Deux minutes!”

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.