Columns

Een beroerd imago

In deze periode van relatieve gevangenschap poets ik mijn leesbril iets vaker op dan te doen gebruikelijk is. Ik lees en herlees dat het een aard heeft, na een tijdje ben ik wel uitgekeken op virus-tv en na verloop van een halve avond klik ik soms zelfs Nederlandse kranten aan. Ik doe dat normaal gesproken spaarzaam. Ik ben wat ze – geloof ik – noemen ‘un Français par désir’ geworden. Of tot zo iemand verworden, dat kan ook. Het is maar hoe je het bekijkt. Ik weet weinig meer van Nederland, jaar of vijftien geleden die natie definitief voor het laatst met een visite vereerd, zal ik maar zeggen. Ik lees ook amper Nederlandse kranten. Maar er speelt nu die coronaverveling en maandag las ik in NRC een prima column van Lotfi El Hamidi. Hij schrijft: “Maar wanneer nieuwsgierige locals [in Zuid-Europa-ph] vragen wat mijn afkomst is, antwoord ik tegen mijn gewoonte in dat ik een in Nederland woonachtige Marokkaan ben. Een omslachtige manier om te zeggen dat ik wel een Nederlander ben, maar niet helemaal. Want misschien hebben veel landgenoten het niet door, maar Nederlanders hebben in Zuid-Europa een beroerd imago. En dat hebben we aan onszelf te danken.”
Zo, die zit.
El Hamidi’s betoog gaat vooral over Italië en Spanje en de kennelijke weigering van Nederland om die landen een ruime aalmoes toe te stoppen. Ik heb niet zo’n mening over monetaire aangelegenheden. Ik vind het al lastig genoeg om niet in huilen uit te barsten als ik mijn spaarbankboekje doorblader. Blijkbaar zitten Italiaanse en Spaanse ministers van Financiën er ook zo ontmoedigd bij. Het schept een band.
Ik vroeg me af of El Hamidi Zuid-Frankrijk ook tot Zuid-Europa rekent. Ik wel. Ik voelde me aangesproken toen een of andere Nederlandse hotemetoot Zuid-Europa een tijdje terug afdeed met de begrippen ‘vrouwen en drank’. Een helderdere denker karakteriseert dit deel van de wereld met de warmbloedige term zon. In Noord-Europa leven ze volgens mij om te werken, wij in het zuiden werken om een beetje feestelijk te leven.
Ik vrees dat ik kan bevestigen dat Nederlanders ook in Zuid-Frankrijk een beroerd imago hebben. De Oranje-toerist geeft des zomers betrekkelijk weinig uit, is me vaak genoeg verteld door horeca-ondernemers. Uit eigen waarneming weet ik dat veel Nederlanders tijdens hun vakantie met een onmiskenbaar en vaak luidruchtig dédain naar de Zuid-Fransen op de café-terrassen kijken. Dat zit daar maar om elf uur ‘s ochtends al aan de rosé en de pastis, zij aan de koffie met melk of de thee. Hoe zeg je dat: ‘and never de twain shall meet’.
Misschien was de EU toch een wankel idee.
Enfin ‘après-corona’ spreken we elkaar vast wel weer. Onder een plataan of een parasol, ik aan de rosé, u aan de koffie. Ik doe ons onderhoud dan het liefst in het Frans maar Nederlands is geen bezwaar.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.