Columns

Fransen en bijgeloof

Vanmorgen, terwijl ik braaf op kantoor zat te werken, hoorde ik ineens een oorverdovend gekletter uit de woonkamer komen. Gevolgd door een hartgrondig “Oh p*tain!” Verschrikt repte ik me de trap af. De ‘dame de ménage’ die me helpt in het huishouden, stond met de hand voor de mond te staren naar de verzameling Afrikaanse beeldjes die normaliter boven op de antieke servieskast staan die in een ver verleden door de meubelmakende opa van de echtgenoot werd gefabriceerd. De collectie reisherinneringen zag er op het oog onbeschadigd uit, dus er leek me weinig aan de hand. Anders ook niet trouwens, ongelukjes gebeuren nou eenmaal, en dan zàl er zo’n beeldje sneuvelen, tant pis.
Maar dat was het niet: bijgeloof, daar ging het om. Deze voor geen kleintje vervaarde Bretonse is als de dood voor die beeldjes. Ze háát het om ze af te stoffen, en àls ze het al doet valt er altijd wel eentje om. En dat betekent onheil en ongeluk. Dus heb ik haar al diverse keren voorgesteld om ze gewoon over te slaan – “stof ik ze toch zelf af” – maar dat is haar eer te na. En nu was de complete collectie van de kast gelazerd. Als dát geen rampspoed betekende!
“Nou”, grapte ik onnadenkend, “bof je nog dat het pas morgen vrijdag de 13e is.” Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Ook tegen die rampdag zag ze vreselijk op. Fransen en bijgeloof, het zit diep.
En vrijdag de dertiende is al helemaal een beladen datum. Dat begint al bij het geloof: Jezus, werd gekruisigd op een vrijdag nadat Hij was verraden door de dertiende discipel die aanschoof aan het laatste avondmaal. Hier in Frankrijk wordt vrijdag de 13e ook geassocieerd met de vernietiging van de Orde der Tempeliers (kruisridders) in 1307 door Philips de Schone. Maar het zou ook de dag zijn waarop heksen samenkwamen, de Romeinen (en later de Engelsen) doodvonnissen voltrokken, een Noorse god boos werd en de wereld strafte omdat ie niet als 13e mocht mee-eten aan een tafel van twaalf, en nog zo het een en ander.
Intussen zit er bij miljoenen mensen de angst goed in. En of je het nu bijgeloof noemt of niet, feit is dat er wereldwijd flink wat hotels geen kamer nummer 13 hebben, ziekenhuizen het getal mijden bij de nummering van (operatie)kamers, bij liften in openbare gebouwen het getal niet voorkomt en vliegtuigen soms geen rij of stoel 13 hebben. Jawel, dat komt echt nog steeds voor.
Economisch gezien kost zo’n vrijdag de 13e trouwens flink wat geld: mensen melden zich ziek op het werk omdat ze de deur niet uit durven, en als ze wel komen opdagen presteren ze onder de maat uit angst voor ongeluk(ken).
Ik heb nooit echt gesnapt waarom mensen zich er nou zo druk om maken. Brengt ongeluk? ‘t Zal best, maar waarom kloppen de statistieken dan niet? Volgens het Nederlandse Centrum voor Verzekeringsstatistiek komen er op zo’n ongeluksdag zelfs minder ongevallenmeldingen binnen dan op andere dagen van de week. Omdat mensen extra voorzichtig zijn, of liever thuis blijven. Maar dat is Nederland. In Griekenland, Spanje en Latijns-Amerika is die dag niks aan de hand, dáár moet je juist oppassen voor dinsdag de 13e. En bij de buren, in Italië, is het vrijdag de 17e waarop het ongeluk gegarandeerd toeslaat. Hier in Frankrijk kan het dubbeltje twee kanten op rollen. Of je wint die dag de ‘supergagnotte’ van de Loto of die van de Euro Millions: het aantal lootjeskopers is verdubbeld, of je geeft toe aan je paraskevidekatriafobie (jawel, zo heet extreme angst voor vrijdag de 13e) en komt je bed pas ver na middernacht, op zaterdag de 14e weer uit.
Ik heb onder het argwanend toeziend oog van de Bretonse alle Afrikaanse beeldjes opgeraapt en afgestoft, ben op een stoel geklommen en heb ze één voor één weer op de kast gezet. En hoewel er een paar behoorlijk wankel zijn, is er niet eentje omgevallen.
“Zo, zie je wel, niks aan de hand”, zei ik geruststellend, en tijgerde de trap weer op naar kantoor. Waar ik me herinnerde dat er nog een afspraak gemaakt moest worden voor de ‘controle technique’ van de auto. Ik tikte de afsprakenkalender van de controlegarage in op internet. Zou wel weer druk druk druk zijn. Waarschijnlijk mocht ik blij zijn als ik nog voor het eind van de maand een datum toegewezen kreeg. Dat klopte, een overvolle agenda waar amper een gaatje meer leeg bleek. Tot ik klikte op vrijdag de 13e. Werkelijk een zee aan mogelijkheden, van ’s ochtends vroeg tot sluitingstijd: kiest u maar!
Ik nam de gok en tikte een aangenaam tijdstip in. Op dat moment hoorde ik beneden met kletterend kabaal de Afrikaanse beeldjes van de opakast afdonderen.
“Het was de kat!” riep de Bretonse paniekerig.
“Geeft niet”, riep ik terug, “hij is niet zwart.” Had ik ook beter niet kunnen zeggen.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.