Columns

Gele tasjes

Moest iemand ophalen op het vliegveld van Nice. Iets van twee keer anderhalf uur in de ‘voiture’ op zo’n dag waarvan verkeersinformatiedienst Bison Futé had gezegd: blijf maar lekker thuis. Meestal doe ik dat dan ook gewoon. Bovendien ben ik het eens met de Franse denker Blaise Pascal (1623-1662) die in zijn tijd al vond dat de wereld er een stuk beter uit zou zien als iedereen gewoon thuisbleef. Ik neem aan dat je toen nog niet eens files hàd. Een van de redenen dat ik jaren geleden Nederland definitief de rug toekeerde, was de file. Soms kijk ik ’s ochtends – als het weer geen ontbijt op het terras toelaat – wel naar het ochtendjournaal van RTL4. Daar doen ze dan ook altijd iets over de situatie op de weg. ‘Een uur vertraging tussen Rotterdam en Utrecht’ of zo. Of tussen Heerenveen en Zwolle, of all places. Schijnt heel gewoon te zijn. Ik zal wel een slecht mens zijn, maar ik kijk er met licht leedvermaak naar. Vorig maand was er een collega uit Nederland op visite aan wie ik pesterig vroeg: ‘En, bevalt het je een beetje in de files? En dan nog wegenbelasting betalen óók’? Zijn antwoord verbijsterde me. “Geen probleem als je je erop instelt.”
Goed, ik kwam op weg naar Nice dus in zo’n ‘bouchon’ terecht. Heb je er op de A8/La Provençale steeds meer van, ik waarschuw maar. Het ging volgens de borden boven de weg om 4 kilometer wegens een, ‘poids lourd accidenté’, een geschaarde vrachtwagen. Meteen in de stress. Ik ben file-allergisch en al helemaal als er op een vliegveld iemand op me staat te wachten. Ik ben trouwens ook geen fan van ‘aéroports’ waar altijd een raar soort gespannen sfeertje hangt. En sinds de aanslagen waan je je al helemaal in een oorlogsgebied met al die met mitrailleurs bewapende militairen. Daar tussendoor extreem gestresste reizigers met een boedelbak aan vakantiebagage die nog door de controle moeten, een explosieve combinatie. Hoeveel koffers heb je trouwens nodig voor een bikini en een tandenborstel?
Ik arriveerde op het nippertje bijtijds, en kaapte het laatste vrije plekje in de parkeergarage weg voor de neus van een Italiaan in een Maserati. We keken elkaar aan. Hij dacht ‘kutwijf’, en ik ‘maffioos’!
In de aankomsthal las ik op de borden dat het KLM-toestel uit Amsterdam een uurtje later verwacht werd. Welja! Ik in de filestress en zo’n KLM die maar een beetje met de Franse slag rondvliegt. Dat krijg je ervan als je door Air France overgenomen bent. Ik tijgerde naar de bovenliggende hal waar ik een bar wist met uitzicht op vertrekkende en aankomende vliegtuigen. Best aardig om daar met een glaasje de tijd te doden. Helaas, de oude bar was om zeep geholpen, herverbouwd, ‘verhipt’, ‘verjongd’. Ik kon op een moeizame barkruk gaan hangen met uitzicht op een rij te dure flessen, terwijl ik vroeger gewoon in een fatsoenlijke fauteuil met panoramisch uitzicht op de vliegbewegingen kon wegzakken. Ik vroeg toch maar om een glas rosé, hoe sla je anders een uur stuk? Ik mocht meteen € 8 aftikken. Acht euro! Voor een half gevuld glas, en zeker geen top. Bij de ‘cave’ op m’n dorp rekenen ze € 15,50 voor 5 liter die een stuk lekkerder is. Ik deed bijna drie kwartier over dat glaasje, een langzaamaan-record dat ik liever niet gevestigd had. Toen het uur-U naderde, slenterde ik naar de aankomsthal terug en keek door de glazen scheidingswand naar de drukte van bagagezoekende passagiers. Als het KLM-toestel geleegd was, zou ik achter dat glas wel van die gele Schiphol-tasjes zien opduiken met ‘see, buy, fly’ erop. Maar niks hoor. Ik zag wel Nederlanders die ik om allerlei redenen uit talloze nationaliteiten herken (zal ik het nog wel eens over hebben), maar nul gele tasjes. Ik liep nog eens naar het vluchtmededelingenbord. Het stond er toch echt: geland/atterri. En ik kon nog net een welgemeend ‘putain’ inhouden toen ik op m’n schouder getikt werd en me kapot schrok.
“Hé”, grijnsde mijn gast, “had je met niet herkend?”
“Nou eh, nee. Je hebt geen geel tasje. Niemand eigenlijk!”
“Ah ja”, grijnsde hij nog breder, “doen we niet meer aan in Nederland. Plastic. Is in de ban gedaan. Je kunt ze nog wel kopen, maar ja, een Hollander en iets niet meer gratis krijgen?”
We reden na nog wat oponthoud bij de ‘péage’ filevrij weg van de grote stad, terug naar mijn dorp. En ik realiseerde me dat ik Nederland flink uit het oog verloren ben. En dat er feitelijk niets meer is dat ik mis van het oude vaderland dat door een vriend van me ooit treffend werd getypeerd als ‘een kruising tussen een open inrichting, een proefboerderij en een overvolle vuilnisbelt’. Zelfs de haring en de kroketten, de drop en de stroopwafels kunnen me gestolen worden. Erg hè?
Bij thuiskomst ritste de gast zijn rugzak open en haalde er een inmiddels niet meer zo koud pakketje uit. “Ik dacht, ik neem een paar diepvriesharingen voor jullie mee, maar met die vertraging…”
Ik wees onverbiddelijk naar de vuilnisbak.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.