Columns

Gevallen vrouw

Gemankeerd als ik ben, dacht ik ’s nachts toch even in het donker het al jaren vertrouwde traject tussen mijn slaapkamer en het toilet af te leggen, metertje of drie. Iemand wakker maken die eindelijk doet alsof ie slaapt is ook weer zo wat.

Het was geen goed plan.

We hebben een kat die we niet zomaar Che Guevara noemen. In de tuin een verzetsstrijder die muizen en ratten laat weten dat hij hun gewoontes graag even herziet.

Die nacht bracht hij mij ten val. Hij wilde een verboden plekje in mijn slaapkamer veroveren en dacht even langs me glippen. Guerrilla!  Ik schrok en viel, het zal een uur of drie geweest zijn. Ik kon zo gauw niet overeind komen en het duurde volgens mij nogal voor mijn ‘au secours!’ in het slaapvertrek tot enige reactie leidde. Ik werd uiteindelijk opgehesen en in mijn bed gedeponeerd, tot bloedens toe gewond. Oké, ik ben ook zo’n Provençaalse geworden die graag overdrijft, aan één pleistertje had ik genoeg. Maar er is nog iets met m’n ribben; gekneusd of zo, weet ik veel. Voorzichtig bewegen en me omdraaien in bed werd toch al nooit op prijs gesteld. In elk geval als het om dieren gaat, ben ik niet haatdragend, ik heb Che Guevara alweer op schoot gehad. Dat is het verwarrende van ’m: buiten een roofdier, maar binnen spinnen.

Uit de 19e eeuw

De thuis-secretaris die me opraapte had het ‘en route’ naar mijn slaapkamer al over ‘gevallen vrouw’. Er zijn van die dingen die je zelfs onder idiote omstandigheden onthoud. Pas in de loop van de ochtend begon ik me daarover op te winden, ook weer niet verstandig.

‘Gevallen vrouw?’ Dat is toch de negentiende eeuw, iets met losbandigheid, overspel en zelfs prostitutie, ooit heb ik in een boek van Nicolaas Beets gelezen over een asiel voor gevallen vrouwen. Je herinnert je soms de raarste dingen.

Omstreeks de lunch was ik al zo’n beetje gekalmeerd. Ik strompelde met een wandelstok naar mijn terras, de zon scheen, het was al knap warm en de mistral had een dagje vrijaf genomen. Ik kreeg een vingerkommetje groentesoep voorgezet dat ze in restaurants ‘huisgemaakt’ noemen. Heb ik nooit gesnapt. Wat is er tegen ‘zelf gemaakt?’ Daarna een salade Niçoise, bijna goed volgens mijn interpretatie.

Een vingerknip

Dus daar zat ik dan, bepleisterd in de zon, en Che meldde zich. Behalve een guerrillo is ie een tonijnfreak. Ik had al besloten tot een vredesakkoord, of minstens een wapenstilstand. Ik gaf ’m wat tonijn van mijn salade Niçoise, hij keek niet op of om toen ik ’m naar mijn pleister wees. Hij zal wel iets van ‘tut hola’ gedacht hebben, een 19e-eeuwer van een jaar of zes.

Nu is mijn probleem dat er geen pleisters meer in huis zijn. Wat als ik weer onderuit gehaald wordt? Ik heb de thuis-secretatis laten noteren dat pleisters ‘plastres’ heten, of eventueel ‘pansement’. Dat wordt dus niks.

Ik ben nog steeds verliefd op het Provençaalse dorpsleven, maar het is wel waar dat je er een probleempje hebt als je een gevallen vrouw bent die bepleisterd moet worden. We hebben geen dokter, geen ‘pharmacie’, en zelfs geen tankstation of pinautomaat. Gelukkig wel een café.

Na die lunch (nou ja, ‘tussen de middag’ werd dat in mijn herinnering idioot genoeg in Nederland genoemd) dacht ik om heen kijkend: ik ben dan wel een gevallen vrouw, maar ik zit diep in het groen van de Ptrovence Verte.

Ik genoot, knipte met mijn vingers en vroeg de thuis-secretatis om nog een glaasje rosé.

Met een beetje mazzel tikt ie dit vertelsel netjes op.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.