Columns

Het ‘jammerhout’ van Aix-en-Provence

(klik op de foto’s om ze te vergroten)

Onlangs was ik weer eens in Aix-en-Provence. En ik kon wel janken.
Ik kwam er altijd graag, in Aix. Liever dan in grotere steden als Nice, Cannes of Marseille. Had te maken met de sfeer. Aan de ene kant was Aix een bruisende kunstenaars- en studentenstad, aan de andere een toch wat slaperige provincieplaats. Geen druk gedoe op boulevards, geen blingbling en kijk mij eens, geen shop untill you drop. In Aix was de sfeer vertrouwd en – laten we zeggen – wat gezapiger, zelfs tijdens het toeristenseizoen. Ik had een favoriet traject door de kleine straatjes in de binnenstad, maar dat begon en eindigde steevast op de Cours Mirabeau, de Champs Élysées van het zuiden.
Ik ging op die Cours Mirabeau altijd een hapje eten bij Les Deux Garçons, brasserie sinds 1792, in empirestijl, met terras. Niet omdat het eten er nou zo goed was, goedkoop was het trouwens ook niet, maar omdat Paul Cézanne en Émile Zola er een tijdje terug elke dag lunchten. Maar ook Churchill, Picasso, Belmondo en noem maar op, kwamen er graag een vorkje prikken. Je kon zomaar toevallig op hetzelfde plekje aan hetzelfde tafeltje op het terras terecht gekomen zijn. En zo niet, dan fantaseerde ik dat er toch wel bij. Maar Les Deux Garçons is in december 2019 afgefikt. De Japanse sushitent Koï Sushi Bar pal ernaast waar ik altijd een afhaalhapje à emporter voor thuis scoorde, is – net als de rest van de horeca in Aix – coronadicht. Maar goed, daarvoor zie ik nog wel iets van licht aan het eind van de tunnel. Ooit zal dat rotvirus toch wel weer onder controle komen?
Maar waar ik echt bijna van in snikken uitbarstte waren de bomen. De ongelofelijk mooie, enorme platanen die als een triomfboog over de Cours Mirabeau naar elkaar toebogen en voor een aangename groene schaduwwaas zorgden op warme zomerdagen. Die zachtjes ritselend fluisterden als er een verkoelend briesje opstak. Die de ergste windstoten van de ongenadige mistral pareerden en je een beschutte doortocht boden als er een stevige regenbui neerkletterde op hun kruinen. Weg! Allemaal bij de enkels afgezaagd en afgevoerd. ‘Ziek’ waren ze volgens het gemeentebestuur dat het bomenbeheer in Aix hoog in het vaandel heeft en zelfs een heus ‘bomencharter’ het licht deed zien. Ze moesten weg, wegens ongeneeslijk besmet met ‘le chancre rouge’: rode kanker. Een bomenziekte waarvoor nog geen medicijn gevonden is, heet het. Zou het? En hadden die schitterende bomen toch niet gewoon behouden kunnen blijven, ondanks dat ze ‘ziek’ waren?

Biologisch in plaats van de botte bijl
In Sainte-Maxime (Le Var) maken ze al geweldige vorderingen met biologische bestrijding van bijvoorbeeld de ‘charançon rouge’ en de ‘tigre des platanes’ die de platanen en palmen van de stad bedreigen. Ze gaan daar die destructieve boombelagers te lijf met wormen en paddo’s.
Maar in Aix ging meteen de botte bijl erin. Met als gevolg dat de eens zo trotse bomenallée Cours Maribeau, het hart van de stad, verworden is tot een kale vlakte waar je voetstappen opklinken tegen de hermetisch gesloten gevels.
Jawel, er zijn nieuwe bomen aangeplant: Noorse esdoorns. Volgens de gemeente omdat hun blad een beetje op dat van platanen lijkt.
Ik ben ernaast gaan staan: de verse aanplant reikt (ik overdrijf misschien een beetje) zo ongeveer tot onder je oksel. Maar ze zijn snelgroeiend, verzekert de gemeente, over ongeveer tien jaar hebben ze een hoogte bereikt van vijf meter. Dat schiet lekker op.
Klein probleempje waar het stadsbestuur geen rekening mee had gehouden; de Noren zijn niet geschikt voor ons klimaat. De bomen hebben een dunne bast, waardoor ze al gauw verbranden als de zon erop schijnt. Wil je ze laten overleven, dan moet je ze bovendien hun hele lange leven (ze kunnen wel 150 jaar worden) uitbundig bewateren omdat ze zich in ons klimaat te pletter zweten en uitdrogen.
Ook een dingetje: het blad vertoont vaak zwarte vlekken, veroorzaakt door de schimmelziekte Rhytisma acerinum. De bomen gaan er niet aan dood, maar mooi is natuurlijk anders. Nee, tijdens mijn leven zal ik nooit meer langs de Cours Mirabeau van m’n herinneringen wandelen. Maar wellicht wennen die Noorse pukkies wel. En ik kan er altijd nog bij denken dat Stradivarius het hout van de Noorse esdoorn in elk geval geschikt vond voor de rugzijde van zijn violen. Waarom denk ik daar dan toch meteen weer ‘jammerhout’ bij?

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.