Hoge nood
Eén dag in de week is de kroeg op het dorp dicht, op maandag. En dan kun je er dus ook niet naar het toilet. Da’s toch vervelend als je een verdwaalde wintertoerist met hoge nood bent. Ik trof er zomaar twee toen ik de épicerie uitstapte, waar overigens ook geen toilet voorhanden is, net zo min als in de tabac, ’t zijn maar mini-pijpenlaadjes.
Ze waren van de Aziatische variant en behielpen zich met nòg slechter Frans dan het ‘Wat en hoe’-gidsje te bieden had waarmee ze zich door het niet zo zonnige zuiden trachtten te worstelen. Maar dat was dan ook in het Engels. Dat spraken ze wel, een beetje. En dat sprak weer niemand op het vrijwel uitgestorven dorp. Ik botste blijkbaar als geroepen tegen ze op. Bijna juichend snelden ze naar het achter de vuilcontainers aan de rand van het pleintje verstopte openbare toilet dat ik ze gewezen had. Een hurktoilet, maar wat zou het: als je hoge nood hebt maak je ook daar maar wat graag gebruik van.
Tenzij de deur op slot zit natuurlijk. Net zo snel als ze om de vuilcontainers heen verdwenen waren, kwamen ze weer terug gerend. “Key please?!!!”
O god, de deur zat op slot. En nee, een sleutel had ik niet. In het wilde weg bij willekeurige woningen aanbellen wilde ik niet, dan mochten ze zelf doen. Ik stond op het punt om me te ver-excuseren toen m’n blik op de mairie viel, geen grille voor de deur, die was dus open. En daar werkten mensen, dus was er ook een toilet. Aan de balie legde ik het probleem uit. De ambtenaresse bekeek het tweetal met de nodige argwaan, maar zag ook wel dat de boel op springen stond en wees naar een gang, aan het eind waarvan zich het zo felbegeerde toilet bevond. Ze sluiprenden erheen en kwamen even later meer dan opgelucht terug, zij voorop, ze had eerst gemogen. Na een serie uitbundige dankbuigingen en vele ‘mersjies’ huppelden ze de vrijheid tegemoet. Toen ik naar het parkeerterrein slenterde zag ik ze zo’n beetje alle kromgetrokken gevels van het dorp fotograferen, elkaar om beurten ontspannen aflossend als model.
De volgende dag, toen ik in de kroeg tegen lunchtijd m’n apéro kreeg voorgeschoven (bestellen hoef ik niet meer) boog de kroegbazin zich vertrouwelijk naar met toe: “Heb je het al gehoord? Er is gisteren zoiets raars gebeurd bij de mairie. Er waren twee van die buitenlanders – van die ‘jaunes’ – en die moesten vreselijk plassen. Ze hadden iemand bij zich die vertaalde voor ze. Nou, en toen mochten ze daar naar de wc. Komt een uurtje later Jeanne – die werkt op de administratie – op het toilet. Wat denk je? Alles ondergezeken! En voetafdrukken op de bril! Lekker dan. Welke gek neemt die lui daar nou mee naar binnen?”
Ik verschoot van kleur. “Misschien iemand die wilde helpen?” probeerde ik zo neutraal mogelijk.
“Die kan zich dan maar beter een poosje niet meer bij de mairie laten zien.”
Dat was ik ook beslist niet van plan. En intussen vroeg ik me af wat er gebeurd kon zijn. Ondergepist, voetafdrukken op de bril… Toen schoot me een bordje te binnen dat ik jaren geleden in een toilet op het vliegveld van Nairobi had gezien, waar ook veel Aziaten kwamen. ’t Plaatje staat boven dit blogje.
Aan sommige toeristen moet je blijkbaar uitleggen dat niet elk toilet een hurktoilet is. Ga er maar aan staan, in een dorpje waar je alleen op je hurken van het openbare toilet gebruik kunt maken. Als er een sleutel is dan hè.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.