Columns

Kappen!

Als me één ding is opgevallen de afgelopen weken in confinement, is het wel de onevenredige aandacht voor de kapper. We gaan zowat dood aan een rotvirus maar dé trending topic is de haarsnijder! Ik snap dat niet. Dat komt misschien ook omdat ik eigenlijk geen haar heb dat die naam verdient. Van huis uit ben ik niet bedeeld met een weelderige haardos. Lang geleden dacht ik dat je daar wat aan kon doen door er bijvoorbeeld een bepaalde shampoo in rond te schuimen, er iets van een verstevigend middel doorheen te kneden, of er wat de reclame nog meer in de aanbieding had in te investeren. Dat bracht geen verbetering, dus daar ben ik op zeker moment maar weer mee opgehouden. Ik besloot dat een kapper weleens de verlossing zou kunnen brengen. In toentertijd moderne tijdschriften zag ik fraaie voorbeelden van volumineuze kapsels. In laagjes geknipt, stond er dan vaak bij. Leek me de ideale oplossing. Ik nam zo’n blad mee naar een kapper, als voorbeeld. “In laagjes geknipt?” schamperde de Figaro, “mevrouw, u heeft maar één laagje!”
Maar een permanent, dát zou de boel ‘voller’ maken. De hippe knipper schetste een utopisch glamourkapsel vol riant golvende lokken. Ik trapte erin. En kon naar huis met een oubollig krullenkoppie waar zelfs mijn oma zich dood voor zou schamen.
Ik ben nog steeds bezig dat trauma te verwerken, dus ik heb het niet zo op kappers.
Maar ja, haren groeien – ook in coronatijd – en dan moet er zelfs bij ‘cheveux fins’ weleens een stukkie af om de boel niet al te zeer te laten verpiekeren. Daar heb ik een adequate oplossing voor. Gewoon de schaar pakken, de ‘lokken’ met een elastiekje in een staartje bijeen wriemelen, en met één knip is de klus weer voor een half jaar geklaard. Altijd scheef, dat wel, maar met een beetje schuinhangend bijknippen kom je een heel eind. En nee, ik vraag niet aan de echtgenoot om de boel te herstructureren; als er iemand kampioen scheefknippen is, is hij het wel.
Hoe dan ook, ik red me al jaren zo en ik ben allesbehalve jaloers op mensen die al na een paar weken ophokplicht staartjes, vlechtjes, knotjes en de tondeuse overwegen om de boel nog enigszins te fatsoeneren. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de uitgroei. Her en der vallen (ik vrees vooral dames) door de mand als het grijs begint op te rukken vanaf het schedeldak. Al verdenkt ik de burgemeester van Nice Christian Estrosi ook van een ‘for ever young’ kleurspoelinkje. Om maar eens een ijdeltuit te noemen.
Ook hier heb ik geen last van, ik verf niet. Ooit weleens geprobeerd hoor, daar niet van. Maar de misselijkmakende ammoniakgeur had toch op z’n minst de alarmbellen moeten laten afgaan. Dat goedje evengoed door zo’n haarcowboy over m’n hoofd laten verdelen en in laten trekken, de verdachte brandlucht negerend. Om na thuiskomst tot de conclusie te komen dat groen niet echt mijn favoriete haarkleur is. In de daarop volgende weken brokkelde alles tot bijna op de hoofdhuid af, de verse aanwas deed er aanzienlijk langer over.
Ik begrijp dat de telefoons bij de haarsnijders inmiddels roodgloeiend staan en dat ze de komende weken op topdrukte kunnen rekenen zodra ze de schaar er weer in mogen zetten.
Maar voor mij geen kapper meer. Nooit meer. Ik ben genoeg gedécoiffeerd voor de rest van m’n leven. Ik zit op m’n terras, met een goed glas. Daar is geen (haar)speld tussen te krijgen.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.