Kat aan het lijntje
“Ho ho, waar gaat dat heen?” sprak ik de kat streng toe toen hij door zijn hoogstpersoonlijke kattenluikje in de keukendeur naar buiten dacht te sluipen. “Dat gaat zomaar niet. Er zijn EU-regels, en die zeggen dat een huis-tuin-en-keuken-kat niet zomaar meer naar buiten mag. Een beetje vrij rondlopen? Vergeet het maar! Aan de lijn moet je! Jij en je soortgenoten deugen niet, jullie zijn massa-moordenaars, goed voor de verdelging van zo’n 140 miljoen dieren per jaar.
Hij keek me even doordringend aan, of er wellicht nog iets van een bakje brokjes tevoorschijn kwam, haalde vervolgens nonchalant de schouders op en gleed soepeltjes naar buiten. Richting vogelvoorzieningen, bestaande uit een pindabar (gevestigd in een voederhuisje), een ballenbak met vetbollen en een vrij-hangend dakpanterras met strooizaadjes. Allemaal ver buiten zijn bereik, daar niet van, maar hij ziet het hele circus graag langskomen. Ik vermoed dat hij er van droomt ook, en dat ie dan wél succesvol toeslaat. Op z’n dagelijkse boswandelingen moet ie toch echt beter zijn best doen om iets te verschalken. Oké, hij heet dan wel Ché (van Guevara) maar een echte guerrillero is het niet, meer een guerillaatmaar. Beetje plezierjacht als tijdverdrijf, prima, ’t is een Fransoos tenslotte. Maar als je er teveel moeite voor moet doen en je maag begint daadwerkelijk te knorren, is het toch wel een stuk handiger om zo’n huismens een bakje dagvers voer voor je te laten klaarmaken. Gelijk heeft ie.
Ik trok dan ook minstens één wenkbrauw op toen ik van de week in de kranten las dat twee rechtsgeleerden van de Universiteit van Tilburg –
Arie Trouwborst en Han Somsen – de loslopende buitenkat keihard willen aanpakken. De academici hebben voor hun onderzoek gekeken naar de EU-regels van Natura 2000, voor het beschermen van de biodiversiteit en concluderen dat loslopende, moordlustige katten daarmee in strijd zijn. Huiskatten die buiten komen, zijn een van de grootste gevaren voor klein wild. Ook als katten niet doden, richten ze schade aan. Zo brengen ze ziektes met zich mee en hun geur en aanwezigheid veroorzaakt stress bij kleine dieren. Conclusie: katten mogen alleen nog aangelijnd naar buiten.
Stond gewoon allemaal in The Journal of Environmental Law. Niet dat ik die nou dagelijks lees, maar tal van andere media hadden het gretig overgenomen. En toen zat de klad in de kat: de haters – met name op de sociale media – gingen meteen lekker los. Je kon wachten op een tegenstorm van de liefhebbers. Nou, die kwam. Zelfs de Europese Comissie heeft laten weten geen voorstander te zijn van het aanlijnen van katten: “Katten zijn volgens onze informatie niet bij de grootste bedreigingen voor de biodiversiteit.”
Bioloog en journalist bij het Belgische tijdschrift Knack, Dirk Draulans, deed er in ‘De Wereld Vandaag’ nog een smakelijk schepje bovenop: “Mensen zijn de grootste belagers van vogels, niet katten. Denk maar aan het schieten op vogels, of aan alle insecticiden en pesticiden die we gebruiken. Het landschap, zeker het landbouwlandschap, is zo vogelonvriendelijk geworden dat in veel van die landschappen zelfs geen vogels meer zitten. De grootste belagers van onze vogels zijn wijzelf.”
Daar valt dus nog een wereld te winnen. Al mag je van Draulans best klein beginnen, bij jezelf: “Laat je tuin gerust wat verwilderen. En hang ook een bolletje voedsel extra voor de pimpelmezen op, hoog genoeg, zodat je katten er niet bij kunnen.” Man naar mijn hart, die Draulans.
Ook Ché heeft er vrede mee, zelfs als het in de tuin kwettert van de vogeltjes. Zolang zijn bakje maar op tijd klaar staat. En wij ervoor zorgen dat het kattenluikje hermetisch gesloten wordt als de buurkat langs komt om gezellig een rondje mee te eten. Doen we niet. We zetten er gewoon een bakje bij. Buiten kun je de vogeltjes dan horen schateren van de pret bij hun eigen banket.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.