Klantenkaart
We kregen een nieuwe Intermarché, in de grote stad een eind verderop. De oude was een donker hol geweest, met akelig krappe paadjes tussen een gedateerd aanbod dat vaker wel dan niet over de houdbaarheidsdatum heen gesukkeld was. En dan nu ineens een mooie winkel, licht, ruimtelijk ingericht en met een meeslepend aanbod van artikelen die ik waarschijnlijk nooit zal kopen, maar toch. Ze hadden er zomaar ook het beoogde hondenvoer tegen een alleszins schappelijke prijs, pleepapier zonder irritante toegevoegde verduisterluchtjes, zowaar een behoorlijke visafdeling (ik rook ‘m in elk geval niet al bij binnenkomst) met verse bouchot-mosseltjes, en ook nog eens m’n favoriete Italiaanse prosecco. En dat alles tegen prijsjes waaraan de zieltogende Casino met de immer chagrijnige kassières een paar kilometer verderop niet kon tippen. Dat was trouwens het eerste dat de echtgenoot opviel: “Ze zijn hier áárdig, aan de kassa!” En nadat hij het decolleté van een tamelijk wulpse afrekenjuffrouw met een goedkeurend knikje had gewaardeerd, wilde hij ook meteen een ‘carte fidélité’ (vaste klantenkaart). Ik keek eerst eens op de kassabon. En was het toen met hem eens: dit scheelde aardig in de portemonnee.
Dus vervoegde ik me aan de gloednieuwe servicebalie terwijl de echtgenoot de boodschappen ging inladen op de kersverse parkeerplaats waar zelfs een elektro-auto-oplaadpunt (2 stopcontacten!) bleek te zijn geïnstalleerd; het moest niet gekker worden. Maar misschien toch wel, want naast me aan de balie werd er met een loodzwaar Provençaals accent gevraagd naar de ‘bihetaire’ (distributeur des billets = flappentap). Die was er niet. Of ie er nog kwam, vroeg de in bespatte schildersplunje geklede klant. De servicedame wist het niet, maar er was al wel een brievenbus. Ook mooi meegenomen, maar daar had hij nu niks aan. Of hij dan nog wel kon tanken bij het oude supermarktgebouw een stukje verderop. Dat was weliswaar dicht, maar inderdaad, tanken kon nog wel. “Tot het eind van de week”, zei de dame monter, “dan gaat ook de pomp dicht.”
En dan moet ongetwijfeld de grond daar dringend gesaneerd worden, bedacht ik, want die ouwe benzine- en dieselpompen stonden al jaren in een craquelé van doorgerot asfalt waaruit de dampen je al van afstand tegemoet kwamen.
“Komt er hier dan een nieuwe pomp?” hield hij aan. Ook dat wist de dame niet, maar ze wees blij naar de elektro-auto-oplaadpalen: “Maar als u elektrisch rijdt kunt u dáár terecht.”
“Bèn”, zei hij, gaf een klapje op de balie ten afscheid, draaide zich om en beende – waarschijnlijk voorgoed – weg.
“Dat nemen we mee in het evaluatiegesprek”, meldde ze me onverwoestbaar monter, “en wat kan ik voor ú betekenen?”
“Une carte de fidélité?” opperde ik voorzichtig.
“Geen enkel probleem, madame. U vult gewoon dit formulier in, mag ook thuis, en dan vragen we die meteen voor u aan.”
Ik bedankte hartelijk, en vond de echtgenoot tamelijk chagrijnig met een volle boodschappenkar bij de auto. “Toch nog tijd gevonden?”
Aj, de autosleutels zaten in míjn broekzak, vergeten mee te geven.
Thuis bestudeerde ik het vasteklantenformulier. Naam, adres, postcode, okeej. Geslacht, geboortedatum, geboorteplaats, adres, departement, land? Ze vroegen nog net niet hoe laat ik geboren was, wie er allemaal bij waren, en of er wellicht een keizersnee aan te pas gekomen was.
“Eh”, zei ik tegen de echtgenoot die met een sigaartje in de mondhoek, een flesje rosé en twee glazen het terras op kwam, “als jij die carte de fidélité niét krijgt, hoe erg is dat?”
“Nou, dat scheelt toch wel een paar tientjes per maand.”
“Mooi, dan vraag jij die lekker zelf aan.” Ik schoof hem het formulier toe.
Hij bestudeerde het met stijgende verbazing, hief het glas en sprak de gedenkwaardige woorden: “Ik stop nog eerder met roken.”
Daar heb ik maar op geproost.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.