Om de dooie dooit niet
’t Zou gaan dooien vandaag. Mooi niet. Alles wit en ijzig, en we hebben er inmiddels een straffe mistral bij cadeau gekregen. Jawel, het heeft rond het middaguur een tijdje ge-ijsregend. Met als gevolg dat alles wat sneeuw was inmiddels spekglad en stijf herbevroren is. Ik heb ons dan ook onder lokale ‘vigilence orange’ geplaatst. Ik ben trouwens de enige niet, terwijl ik dit optikte gold die code ook voor 56 departementen. Ik zet dit blogje dus meteen maar online; voor je het weet valt straks ook de stroom weer eens uit en dan valt er niks meer online te zetten.
Oké, doordat ik hier al een tijdje woon, weet ik heus wel dat het zo af en toe minder subtropisch is. Om het voorzichtig te zeggen. Tijdens mijn allang geleden allereerste kerstvakantie hier, een paar weken in m’n kers(t)verse huisje, had ik zelfs alleen maar T-shirts en shorts bij me. De subtropen niet waar, wat kon me gebeuren? Nou, het was koud! En het sneeuwde. Aankoop op dag 1 van mijn Franse kerstvakantie: dikke truien, lange broeken en laarzen. Had ik me toch iets anders voorgesteld.
Van de week dus dezelfde météo-ellende. Heel lang geleden in Nederland aasde ik nog op zo’n prestatiemedaille als je 30 km over bevroren polderslootjes schaatste, ik moet er niet meer aan denken. Ik zal wel tot Zuid-Europeaan verworden zijn, iemand met een even verstandige als diepe afkeer van kou, sneeuw en ijs. Ik eet zelfs geen ijsje als het hoogzomer is, alleen wat klontjes in m’n glaasje Ricard kunnen mijn goedkeuring genieten. Nee, ook geen ijs in m’n rosé. Het idee! Die hoort van zichzelf koud genoeg te zijn.
Maar goed, het was dus aangekondigd: foute boel bij mij in de buurt. ‘Glaciale’ temperaturen in combi met een dik pak sneeuw. Het zou best, wie gelooft die lui van de Franse weersvoorspelling nog? Ik niet in elk geval, ze zitten er zó vaak naast. Iets te vaak met een paraplu onder m’n arm voor schut gelopen terwijl het in de verste verte niet regende. Of juist andersom, als een verzopen kat op een afspraak gekomen in een kletsnat en bijna doorzichtig hoogzomertenue terwijl gezegd was dat het de hele dag stralend zou wezen. Nee, de frivole opmerkingen ga ik niet herhalen, maar je zit toch ongemakkelijk te vergaderen.
Weersvoorspellingen? Doe ik zelf wel. Helaas, dit keer zat ík dus fout. Achterlijke hoeveelheden sneeuw, ijsschotsen (nou ja, drijfijsjes) in de rivier onderlangs het huis, gure rotwind erbij: gruw! Mijn stemming werd er niet beter op toen de Var Matin op internet vertelde dat het vier dagen Siberië zou blijven. En dat je zelfs op de doorgaande wegen bij mij in de buurt sneeuwkettingen nodig had. Die heb ik niet, de subtropen weet je wel. Ik zou er trouwens niks aan gehad hebben, want zelfs met die dingen om de banden zou ik nooit bovenaan het paadje naar de ‘departementale’ zijn gekomen die m’n afgelegen stekkie met de bewoonde wereld verbindt.
Dat paadje loopt bovendien langs een akelig diep ravijn met steile wanden en onderaan de rivier. Ter hoogte van mijn brievenbus ‘aan de weg’, klein kwartiertje bergop tijgeren vanaf de voordeur (nee, ik hoef geen abonnement op een sportschool), haalt mijn ‘oprijlaan’ een hellingspercentage van een procent of 25, schat ik. Bij sneeuw of ‘verglas’ lijkt het me dus bloedlink en bovendien kansloos om ‘en voiture’ die ‘departementale’ te willen halen. In elk geval, ik begin er niet aan. Zeker niet in dat boodschappenkarretje van de echtgenoot, nu die 4×4 van mij het verrekt om te starten.
“Hongerklop”, zei ik tegen de echtgenoot. Een term uit het wielrennen, je verliest de koers als je onderweg te weinig eet en drinkt.
“Want?”, klonk het vol wantrouwen. Hij is zo iemand die over terreur begint zodra Sire Winter aan de macht is.
Zo diplomatiek mogelijk legde ik uit dat we misschien een paar dagen van de wereld afgesloten zouden zijn. Dat er waarschijnlijk geen boodschappen gedaan konden worden en dat de voorraden niet echt overhielden. Niet serieus gehamsterd, eigen météogevoel gevolgd.
“Als de stroom niet uitvalt, hebben we genoeg te eten in de diepvries”, zei ik er maar bij, “en als ie wel uitvalt leggen we de hele handel gewoon buiten. Met deze vrieskou heb je geen diepvries nodig. Maareh…, wijn, sigaren, da’s toch een ander dingetje.”
“Weet je wat”, zei de echtgenoot vilein, “ga jij lekker foto’s in de tuin maken. Heb je alvast een mooi plaatje voor je kerstkaarten.”
Ik snapte wat hij bedoelde. Er zijn heel veel mensen die de Provence onder een wit iglodekbed mooi vinden. Ik ook, en het is ook heel bijzonder en speciaal en ‘dat verwacht je toch niet hier’ en zo. Maar na een uurtje vind ik het wel mooi genoeg. Doe me in vredesnaam de subtropen terug. Of desnoods alleen maar even dooi, zodat ik weer naar het dorp kan om wat in te slaan. ’t Is wel mooi geweest.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.