gebak

Portugees/Franse gebakjes

Ik smokkel weleens een beetje met de méditerrane keuken, ik heb nou eenmaal overal en nergens gewoond, dus is mijn ‘keuken’ een beetje een zwerversbestaan gaan leiden, al is de leidraad wel altijd het méditerrane bekken, zeg maar een rondje Middellandse Zee, plus de gerechten van ‘outre mer’: de Franse overzeese departementen. Dat varieert van accras uit Guadeloupe tot aan Tunesische taboulé, en van Spaanse sopa d’ajo tot en met Portugese pastéis de nata. En laat ik die laatste nou ineens bij de bakker op het dorp zien liggen. In Portugal, waar ik een jaartje of vijf gewoond heb, kwam je ze in zo’n beetje elk café en bij elke bakker tegen, maar hier in Zuid-Frankrijk, bij de dorpsbakker? Uiteraard kocht ik er een paar.
“Niet te vreten!” was het genadeloze oordeel van de echtgenoot. Ik kon hem alleen maar gelijk geven. De keiharde klompjes deeg met verbrande suiker bovenop kwamen zelfs in de verste verte niet in de buurt van het origineel: een zompig, kleverig mierzoet eiergebakje dat al ergens in de 17e eeuw werd uitgevonden. Door Franse (!) monniken.
In die tijd werd de kleding van kloosterlingen gesteven met eiwit, en je moest toch wat met al die overgebleven eierdooiers. Daar maakten ze dus taartjes van. Lekkere taartjes, en de verkoop ervan liep als een trein, wat een leuke bijverdienste betekende voor de veelal armlastige kloostergemeenschap. Het verhaal gaat dat die Franse monniken het recept meenamen naar hun standplaats in Portugal. En toen hun klooster daar werd gesloten, verkochten ze het recept aan een suikerraffinaderij, die er in 1837 speciaal een fabriek voor opzette: Fábrica de Pastéis de Bélem. De fabriek in Lissabon staat er nog steeds.
Intussen maak ik m’n pastéis de nata maar weer zelf. Hierbij het recept.

Ingrediënten:
1 rol bladerdeeg
1 zakje vanillesuiker
6 eierdooiers (bewaar de eiwitten)
300 gram suiker
50 gram bloem
rasp van een halve citroen
½ liter melk
snufje zout

Bereiding:
Breng de melk met het zakje vanillesuiker aan de kook.
Meng in een kom de suiker en de bloem plus een snufje zout door elkaar.
Boen de citroen schoon en rasp er de helft van de schil af (geen wit mee-raspen).
Giet voorzichtig de hete melk onder goed roeren door het bloem/suikermengsel.
Roer de eierdooiers los en vork ze door het mengsel. Roer het citroenrasp erdoor.
Verhit de oven voor op 200/210 graden.
Rol het bladerdeeg uit en snij het in stukken, zodat je er een aantal (ingevette) bakvormpjes mee kunt bekleden. Verdeel het eiermengsel over de vormpjes.
Laat ze in het midden van de voorverwarmde oven een minuut of 10 à 15 garen. Wel opletten: de bovenkant mag niet verbranden.
Laten ze afkoelen en serveer als dessert met een glaasje bubbels of zoete witte. Of anders als taartje bij de koffie.
Tipje: die overgebleven eiwitten kun je uitstekend gebruiken om er bijvoorbeeld mousse au chocolat mee te maken. Dat recept doen we een volgende keer.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.