Provinciaaltje
Ik ben niet zo gewend aan openbaar vervoer. Bij mij in de buurt en omstreken ben je aangewezen op eigen transport. Publieke bussen rijden hooguit twee keer per dag, op onheuse tijden, en dan nog moet je maar zien dat je in de buurt van een halte bent geraakt als er eentje langskomt. Schoolbussen zijn uitsluitend voor scholieren bestemd, en terecht. Ik weet het, had ik maar niet afgelegen moeten gaan wonen, maar daar gaat het helemaal niet over. Ik ben zeer tevreden met mijn ‘petit coin au bout du monde’ en ik beschik over een prima auto. Ik bedoel alleen te zeggen dat ik me – als ik toch eens in het openbaar vervoer verzeild raak, in een grote stad bijvoorbeeld – een beetje ontheemd voel. Zeg maar gerust als Alice in Wonderland. Wist ik veel dat je niet zomaar in de tramway in Nice een kaartje kon kopen. Daarvoor moet je naar een ticketkantoor of een ander ‘point de vente’, of je moet er een speciale app voor op je mobiel installeren. In de tram zelf kan dat allemaal niet, ik stond dus even snel weer buiten als dat ik ingestapt was.
Bon, enige tijd later ticket bemachtigd, prettig plaatsje gevonden en zacht zoevend op pad. De tram was vrijwel leeg op dit tijdstip, dus waarom er uitgerekend iemand tegenover mij kwam zitten snapte ik niet helemaal, plek zat tenslotte. De man van onbestemde leeftijd met een onbestemd uiterlijk leek ook niet om een praatje verlegen; hij keek onbestemd naar buiten. In het begin dan. Na enige tijd begon hij uitvoerig in zijn neus te grutten, je zou hem gerust een grootgrutter kunnen noemen, zoveel werk maakte hij ervan. Ik vond dat onaangenaam genoeg om een ander plekje op te zoeken. Zónder uitzicht op z’n grot-excursie, zullen we maar zeggen. Bovendien was er buiten meer dan genoeg te zien dat wèl aangenaam was om naar te kijken. En omdat ik zelf niet hoefde te sturen, kon ik optimaal genieten van straten, pleinen, gebouwen, die ik anders waarschijnlijk met de blik strak op de verkeerssituatie gericht, voorbij gereden zou zijn. Ik kan het wat dat betreft beslist aanraden, zo’n ritje door de stad.
Ergens halverwege het traject moest de neuspeuteraar afstappen, en kwam langs mijn plekje vlakbij de trambestuurder heen. “Sale pute”, voegde hij me in het voorbijgaan toe met een woedend dreigende blik. “Je t’attends!” Ik kromp van schrik ineen in m’n stoeltje. Waar had ik dat nou weer aan verdiend? Ik had zelfs niks gezegd over zijn graafwerkzaamheden, ik was alleen een paar plaatsjes verderop gaan zitten. En wie had zich nou eigenlijk misdragen? Volgens mij ga je in het openbaar vervoer niet onsmakelijk in je reukorgaan zitten grotzooien. Dat heet beschaving. En je noemt iemand ook niet zomaar ‘vuile hoer’. Vind ik ook iets met beschaving te maken hebben.
Maar ik vond nog wat anders: ik vond het doodeng. Hoezo zou hij me opwachten? Het kon niet anders of de trambestuurder had het ook gehoord, maar die keek onbestemd de andere kant uit. Noem me laf, maar ik ben voor de zekerheid maar een paar haltes extra blijven zitten. En de volgende keer ga ik gewoon weer met de auto. Provinciaaltje, precies. En dat bevalt prima eerlijk gezegd.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.