Scoop op het dorp!
Ja, het is bloedheet, canicule, code orange, tegen de 40 graden, minstens twee keer per dag even met de honden de rivier in. Dat is geen nieuws natuurlijk, maar ik heb ondertussen wel degelijk een grote primeur die ik even kwijt moet. Het journalistieke bloed of zo, je komt er nooit vanaf.
Ik scoorde mijn scoop op het dorp. Zoals wel vaker (ja ja, vrij vaak) had ik op apéro-tijd even aangelegd voor een glaasje op het terras van het café. Serveuse Nina had me al vanaf het parkeerterreintje zien aankomen, dus stond er keurig getimed een glaasje rosé uit de lokale cave met een emmertje ijsblokjes voor me klaar. Vaste klant, vaste bestelling, dat heeft toch wel voordelen. IJsblokjes in de rosé? Ja hoor, toen ik hier pas woonde dacht ik nog: dat doe je niet, dat hoort niet. Maar na zoveel jaar ‘en Provence’ weet ik wel beter. Buiten op een warm terras is je glas in ‘no time’ oververhit zonder klontjes. Bovendien verdunnen die de wijn en dat heeft ook z’n voordelen als je nog moet werken. Enfin, ik zat rustig de Var Matin te lezen toen er ineens een raar, hard geluid opklonk dat ik niet meteen kon plaatsen. Op het dorp weten we dat de gemeentelijke klokkenluider elke vrijdag om 12 uur ‘sharp’ zijn alarminstallatie test. Niemand die zich daar iets van aantrekt. Ik denk weleens: stel nou dat er op z’n vrijdag om midi werkelijk iets aan de hand is. Dan neemt geen hond die waarschuwing serieus. Ik bedoel: oorlog of natuurbrand: liever niet op vrijdag om 12 uur (en beter helemaal niet) maar het was geen vrijdag.
En toch was er dat idiote geluid dat uit de verte naderbij kwam en nu toch wel op gehoorbeschadigingsvolume doordenderde. Ik raakte zowel geïrriteerd als geïnteresseerd. Na de laatste kronkel van het steile steegje schuin naast de kroeg was het raadsel opgelost: er kwam iemand aangeslenterd in het letterlijk daverende gezelschap van een rolkoffertje! Onmiskenbaar een toerist, de nog bleke gelaatskleuren van een vreemdeling uit het hoge noorden van de natte regenjassen, waar het trouwens volgens het nieuws al een tijdje niet zo nat meer is. Hier was de zon was al een halfuurtje zoek, er dreigde onweer, maar de toerist ging niettemin gebukt onder zo’n plastic namaakstrohoedje à la Van Gogh, ik vermoed reeds in het vroege voorjaar gekocht in de zomercollectie van Amazon. En misschien dat rotrolkoffertje ook wel, aan de pokkenherrie te horen.
Ik weet ook wel dat het fenomeen van het rolkoffertje niet zomaar gepresenteerd kan worden als een journalistieke scoop. Ik lees ook weleens wat. Over Amsterdam en andere overbevolkte toeristenoorden waar de échte bewoners van de stad steen en been klagen over geluidsoverlast van die meegesleurde bagagedragers. Maar het allereerste rolkoffertje in mijn gehucht, dat is voor mij wel degelijk groot nieuws! En niet alleen voor mij. De patronne van het café kwam ook naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. Hoofdschuddend zei ze: “Ja, dat gaan we krijgen. Er is in de Grand’Rue – hier schuin omhoog een Belg zo’n chambres d’hôtes begonnen. Het zal wel niet bij deze eerste lawaaibagage blijven.” Vond ik een mooi woord: lawaaibagage. Maar wel akelig waar.
We hebben hier van die hoogbejaarde steegjes, nogal enige tijd geleden aangelegd door Romeinen met een bijzonder beknopte opleiding tot stratenmaker. Steegje omhoog, steegje omlaag, ze zijn allemaal bekleed met kinderkopjes. Daarom heeft de rollator zijn entree nog altijd niet gemaakt, hoewel er zat hoogbejaarde dorpsgenoten baat bij zouden hebben, maar ik vrees dat het rolkoffertje niet meer tegen te houden is. Dat belooft wat, als straks in de ijle nachtlucht de trekboedelbak van late aankomers tegen de gevels omhoog ratelt.
Eenmaal weer thuis voor de lunch (een lichte versie van de salade Niçoise) vertelde ik over mijn grote nieuws.
Ik bouwde mijn verslag – als rechtgeaarde nieuwsjager – wel op en begon met de ‘épicier’, voor het eerst dit seizoen in korte broek. En zo te zien een nieuwe, een bijna oogverblindende blauwe. En dan de postdirecteur! Ook ineens in het kort, én zonder tas! Pas daarna presenteerde ik mijn scoop: het eerste rolkoffertje in het dorp!
Mijn meganieuws sloeg dood als bier in een vet glas. De echtgenoot had zojuist via de regionale zender France-3 vernomen dat ‘we’ ontdekt waren: het ‘arrière-pays’ waar ik woon ging door toeristenmassa’s die de Côte voor gezien houden, bestormd worden. Wegens rustiger en goedkoper.
“Dat wordt weer verhuizen”, bromde de echtgenoot. En ging maar weer eens met de honden de verkoeling en de rust van de rivier opzoeken.
Hoelang nog?
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.