Columns

Sterrennacht

“Doen we nog één glaasje buiten?” opperde de echtgenoot aan het einde van de avond. Het was een lange, warme dag geweest, de herrie-airco op kantoor had de temperatuur nauwelijks onder de 28 ºC weten te houden, bij de maaltijd op het terras rond een uur of tien gaf de buitenthermometer nog steeds die temperatuur aan. Binnen was het niet veel beter geweest toen we het laatste staartje van de voorspelbare kwalificatie van Bayern (ten koste van Lyon) voor de Champions League bewaarheid zagen worden. Het inmiddels koele terras lonkte, natuurlijk zei ik ‘ja’. Het werd een memorabel glaasje.
Ze hebben het weleens over het licht van de Provence, maar zelden over het donker. Bij dat laatste glaasje (nou ja, een na laatste) zat ik een beetje naar boven te turen en kon mijn ogen nauwelijks geloven. Zelden zo’n schitterende, stralende, heldere sterrenhemel gezien. Afgezet tegen het zwarte fluweel van de nacht, wemelde het van de sterren, kreeg je hele sterrenbeelden te zien en kon je zelfs de Melkweg onderscheiden. Geen vliegtuig dat langs kwam met zo’n dampende uitlaat waarvan de walmen snelbaanstrepen door het zwerk trekken. Geen herrie, geen buurtgerucht, geen laserbeams vanaf de kust, in vogelvlucht nog altijd zo’n 50 km verderop maar evengoed hier in het achterland te zien op zo’n heldere avond. Niets dan serene rust en sterren.
“Kijk dan toch”, stootte ik de echtgenoot aan, die in zijn glas staren tot kunst verheven heeft, “je ziet zelfs de Melkweg!”
Hij keek. En moest toegeven dat het uitspansel dat zich boven ons in al zijn schoonheid uitstrekte toch wel iets had: “’t Is geen behangetje van Ikea”, constateerde hij met West-Friese nuchterheid.
Samen kwamen we tot de conclusie dat je dít hier, dáár in elk geval nooit zo zou kunnen zien, teveel lucht- en lichtvervuiling. Zelfs het deel van de Provence waar ik een jaar of wat geleden wegvluchtte vanwege te vol en te toeristisch, heeft zulke heldere luchten niet meer, ook overdag niet trouwens. Van Gogh zou zich beslist nog eens achter zijn ene oor krabben als hij het befaamde licht van de Provence vandaag de dag zou moeten roemen. Tenzij hij bij mij deze avond op het terras in de Provence Verte zat natuurlijk.
Maar dan zou hij zich ook afgevraagd hebben waar die rotherrie zo rond een uurtje of vijf in de ochtend vandaan kwam. We slapen hier al nooit echt uit, honden – zeker die van ons, op leeftijd – willen graag de plas op een onchristelijk tijdstip in de tuin deponeren. Zo niet, dan is binnen ook een optie. Dat hebben we liever niet, dus je bed uit en de deur uit met je slaperige kop.
Maar dit keer was er wel heel vroeg kabaal. Geen voorzichtig tikkende klauwtjes over de vloer die de slaapkamerdeur beslopen, maar grommende tractoren die het smalle bergpad aan de overkant van de rivier afdaalden op weg naar de lokale cave, van waaruit een gierend gesis opklonk, alsof alle wijncuves tegelijkertijd gewassen, gestoomd en gestreken werden. Het kon maar één ding betekenen: de vendange was begonnen. Zo’n beetje twee à drie weken te vroeg, maar het is dan ook al heel lang te droog en te heet geweest. Sedert maanden is er geen drupje regen gevallen en de canicule lijkt nog steeds niet over. Vandaag gaf de thermometer zelfs 40 ºC aan op het terras en volgens Météo France duurt het nog wel even voort.
Logisch dat de boeren hun oogst binnenhalen. Het belooft een mooi jaar te worden; voldoende regen in het vroege voorjaar, prima rijping in de zomer, nu toeslaan. Het betekent ook de komende weken vroege trekkers vol druiven die me uit m’n slaap sleuren. Ik heb het er graag voor over. ’t Is wel míjn wijn in de maak hè.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.