Taal
Mij vertellen ze nooit wat, en dat bevalt vaak prima want er is nogal wat dat ik helemaal niet wil weten. Zogenaamd nieuws uit de entertainmentsfeer, ik noem maar wat. Een of andere scheiding, wat kan mij dat bommen. Moord & doodslag ‘doe’ ik ook niet, ofschoon ik de fervente misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink tot m’n vriendenkring reken. We hebben het over van alles, behalve crime. Maar vanmorgen toen ik in afwachting van de aangekondigde sneeuw en het onweer (dan moet ik – ellendige ervaringen rijker – als een opgejaagde haas internet uitschakelen) nog even gauw over Facebook dwaalde, werd ik getroffen door een berichtje dat me boeide: het is vandaag in Nederland De Dag van de Franse taal. Nog nooit van gehoord, terwijl die kennelijk al voor zesde keer op de tweede donderdag van november ‘gevierd’ wordt. Het lijkt me een prima idee. Niet dat je in één dag Frans leert, maar iets van aandacht voor die taal en de Franse cultuur kan nooit kwaad. Ik kijk niet veel naar Nederlands nieuws, dus misschien klopt het niet, maar voor zover ik weet, is Franse les op Nederlandse scholen al een tijdje uit het standaardpakket verdreven. Nogal stupide. Ik weet ook wel dat Engels zo ongeveer de officiële wereldtaal is en over een tijdje misschien Chinees. Maar volgens mij ben je toch zwaar gehandicapt als je geen Frans spreekt, al is het maar een beetje. Heb ik het niet in de eerste plaats over toeristen die ’s zomers op onze terrasjes in rare gebarentaal proberen een bestelling te plaatsen. En die dan vervolgens zeggen: ’t Is me wat met die arrogante Fransen!’ Ik denk dat Frans ook onmisbaar is als je in de handel of de diplomatie zit, er wordt wereldwijd nog altijd veel meer Frans gesproken dan de meeste mensen denken. In West-Afrika bijvoorbeeld waar ik vaak geweest ben. En in Wallonië waar ze dan weer op z’n Belgisch een variant hebben gebrouwen. Ze hebben het bijvoorbeeld over ‘septante’ in plaats van ‘soixante-dix’ om maar wat te noemen.
Nou ja, ik ben dolblij dat ik in mijn jeugd op de middelbare meisjesschool (ook opgeheven, weet ik) waar ik naartoe moest omdat ik beter in talen was dan in wiskunde, heel veel Franse les kreeg. Gelukkig wel: tijdens vakanties in dit land kon toch ik maar mooi namens mijn ouders het woord doen, toen ik hier kwam wonen verliep de inburgering in zo ongeveer in het tempo van Max Verstappen. Want ik sprak de taal. Of in elk geval voldoende, in het begin. Als het Frans in het Nederlandse onderwijs tot een soort keuzevak gedegradeerd is, doe je die scholieren tekort. Hoe kunnen ze dan ooit iets snappen van de sublieme chansonteksten van Brel, Aznavour, Brassens en noem maar op. Over een boek lezen of een film volgen in het Frans zullen we het maar niet hebben. Maar hoe kunnen ze zonder de taal zelfs maar een beetje te beheersen ooit iets begrijpen van Frankrijk, waar ze vast een keer op vakantie komen? De sfeer, de mentaliteit, de cultuur? Hoe kunnen ze dan Franse invloeden in het Nederlands doorkrijgen? En geen blunders begaan? ‘Flux de bouche’ (wat je weleens hoort) is juist géén welsprekendheid maar sproeien met speeksel als je praat. ‘Gros mots’ zijn geen grootse, maar scheldwoorden.
Het Frans was tot nog niet zo lang geleden de taal van de aristocratie. Ook, of juist, buiten Frankrijk. Niet dat ik dat hoop, ik ben niet zo van een ‘elite’, maar het zou me toch niks verbazen als beheersing van het Frans een ‘must’ is als je mee wilt (blijven) tellen. Mooi dat er zo’n Dag van de Franse taal bestaat die de taal van Molière uit de elitaire hoek trekt en er ‘gewoon Frans voor iedereen’ van maakt. Nou maar hopen dat het geen trekken aan een dood paard is. Want je moet het wèl willen natuurlijk.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.