Columns

Tas open!

“Laat uw tas eens zien!” snauwde de cassière van de supermarché die zo te oordelen vers van de opleiding kwam en het onderdeel klantveiligheid blijkbaar belangrijker had gevonden dan dat van klantvriendelijkheid. Ik was even van m’n stuk gebracht. Ik had net – zoals ik altijd doe – duidelijk zichtbaar mijn herbruikbare biodégradable boodschappentas omgekeerd boven het supermarktkarretje open geklopt. Leek me voor iedereen waarneembaar dat daar niks aan gestolen waar inzat.
“Nee!”, verordonneerde ze, “handtas! Laat die handtas zien!”
Ik had bijna gezegd “dat wordt lastig, die heeft geen oogjes”, maar de grap zou waarschijnlijk niet op waarde geschat worden. Ik ging over tot lijdzaam verzet en tilde mijn dichte tas een paar centimeter boven de boodschappenband uit.
“Open!” kreet ze.
Ik tilde de flap een stukje op terwijl ik haar betaalhonk naderde. Vond ik open genoeg, ik voelde me al behoorlijk geschoffeerd inmiddels. De ogen die me van achter het knalrode brilmontuur aanblikten beloofden weinig goeds. En ja hoor, toen ze me eenmaal onder handbereik had griste ze me mijn handtas uit handen en graaide er gretig in.
Ik graaide ‘m terug: “Ça suffit!” En liet er ijzig kalm op volgen: “Mevrouw, ik snap dat het uw plicht is om tassen van klanten te controleren als u ze verdenkt van winkeldiefstal, maar klanten als criminelen behandelen was vast geen onderdeel van uw opleiding. U had het ook gewoon vriendelijk kunnen vragen. Was er niks aan de hand geweest. Nu voel ik er veel voor uw chef eens om diens mening te vragen. Ik hoop dat u de tijd hebt? Ik wel.”
Er steeg gemompel op uit de aangroeiende rij achter me. Dit theaterstukje kwam slecht uit tijdens de toch al te krappe lunchpauze. Ik zag ze denken: ‘schiet nou maar op mens, je hebt je punt gemaakt’. Hadden ze helemaal gelijk in, en ik had het er ook beslist bij laten zitten als het kreng achter de kassa een béétje had ingebonden, sorry had gezegd misschien. Maar nee hoor, in plaats daarvan begon ze mijn boodschappen als criminele handelswaar te behandelen. Er werd gegooid met flessen, geramd met groenten, gesmeten met breekbare waren.
Dan heb je aan mij een slechte. Eén voor een heb ik al mijn aankopen gecontroleerd. De geknakte groenten, de gebroken koekjes, de geklutste eieren; ik heb ze er allemaal tussenuit gevist. En allervriendelijkst gevraagd aan het kassamonster: “Gaat u die voor mij omruilen? Of gaat uw chef dat doen?”
Ze greep naar de kassatelefoon, om een collega het bevel te geven vervangende boodschappen bijeen te sprokkelen; er bleek geen collega beschikbaar. Vuursputterend griste ze een boodschappenmandje naast de kassa weg en verdween de supermarkt in. De rij achter mij was inmiddels naar andere kassa’s uitgeweken. Bij elke nieuwe klant meldde ik vriendelijk dat ‘deze kassa tijdelijk gesloten was’. Na toch wel een razendsnelle recordtijd was de rode bril terug, ze haalde de verse boodschappen langs de scanner en liet de kassa de eindafrekening uitspugen. Die heb ik zorgvuldig gecontroleerd – je kunt niet voorzichtig genoeg zijn nietwaar? – en netjes afgerekend. Ik hoefde geen zegeltjes voor glazen schaaltjes, maar ik vond wel dat ik mijn gespaarde bonuspunten mocht verzilveren. Scheelt mij geld, en kost haar tijd.
In het vervolg mijd ik haar kassa. En ik weet zeker dat zij ‘m subiet sluit als ze mij ziet aankomen. Soms maakt shoppen meer kapot dan je lief is.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.