Caspar Visser 't Hooft

Tour de Vacance

Goed, ik gooi maar meteen even de knuppel in het hoenderhok: de Tour de France is topamusement waar je helemaal zen van wordt. En dan heb ik het niet over de fatale slippartij van Valverde meteen al in de eerste etappe (die gruwelijke tijdrit in de regen), en ook niet over de vermeende elleboogstoot van Sagan versus de vermeende kopstoot van Cavendish die hen beiden de Tour kostte. Dat was spektakel genoeg. Nee, ik heb het over zo’n wandeletappe als vandaag tussen Vesoul en Troyes, waarvan er ongetwijfeld nog vele zullen volgen de komende weken. Gebeurt er wat? Nee. Des te beter, want zo krijg je de kans om eens goed om je heen te kijken. Je bent als het ware met vakantie in eigen land. Nu ja, eigen land, ik blijf erbij dat Frankrijk niet bestaat. Zoveel verschillende streken, zoveel verschillende bevolkingsgroepen; elk departement is een landje op zich. En ik kijk graag over de landsgrenzen, zeker als ik er m’n stoel niet voor uit hoef. Neem nou vandaag, de 6e Tour-etappe. Ik viel er een beetje laat in – ja ja, ik moet ook weleens werken – en werd verrast door helikopterbeelden van een oeverloos uitgestrekt bos met hier en daar een meer, nog nooit zoveel bos van boven gezien, met een dun streepje weg ertussen waarop een kluitje kleurige renners voort peddelde. Een kopgroepje van drie voorop waarvan je meteen al weet dat die vlak voor Troyes bijgehaald zullen worden, saai! Maar dat bos fascineerde me, met z’n loofbomen als kathedralen. Parc naturel régional de la Forêt de l’Orient gaf het bijschrift aan. Ik zocht het op: 80.000 hectaren in de Aube, soort van oerbos maar dan samengesteld uit de bospercelen van 56 gemeentes (sinds 1970) met 3 grote en 106 kleinere aangelegde meren/reservoirs voor de waterhuishouding van de aanvoer uit de Seine, ideaal voor natuurliefhebbers en trekvogels op weg naar Afrika; zo leer je nog eens wat. Ik had eerder op de middag tijdens de lunch ook al even een sneakview meegekregen van de Col de Langres, bergje van de 4e categorie, maar voor mij onlosmakelijk verbonden met vroegere vakanties, toen het zien van de Soleil de Langres – een spuuglelijke metaalconstructie op zo’n 3 km van de tolpoorten van Langres, waar je van de A31 naar de A5 wordt overgeheveld – betekende dat je definitief op weg was naar het zuiden. Het ding uit 1983, vervaardigd door de kubistische kunstenaar Louis Leygue (1905-1992) staat er nog steeds en wordt gerekend tot de ‘art autoroutier’. Maar het blijft lelijk.
En dan rijden de renners Troyes binnen, schiet Kittel als eerste over de finish in de massasprint en denk ik terug aan m’n oud-dorpsgenoot wijlen Fred Debruyne. Hij won hier in 1954 de voorlaatste etappe van de Tour, 216 km van Nancy naar het Stade de l’Aube, hartje stad. Het zat er stampvol, maar dat kwam ook omdat de SNCF (de Franse NS) 40% reductie had gegeven op de kaartjes. Fred en de Zwitser Emilio Croci-Torti waren uit het peloton ontsnapt en moesten nog één rondje op de wielerbaan toen het jagende peloton in een wolk van stof de onverharde klei-piste kwam opstormen. Debruyne won nipt, de Nederlander ‘ijzeren’ Wim van Est werd derde. En hup, daar ben ik alweer op reis. In 1951 won Van Est tijdens een Pyreneeën bergrit als eerste Nederlander in de geschiedenis de gele trui. De volgende dag lazerde hij tijdens de afdaling van de Col d’Aubisque 70 meter diep het ravijn in. Met aan elkaar geknoopte fietsbanden werd hij omhoog gehesen en sprak huilend de legendarische woorden: “M’n hart stond stil, maar mijn Pontiac liep nog”. Het is tot in lengten van jaren de reclameslogan van dat horlogemerk gebleven.
Ik kijk op mijn eigen Pontiac, een erfstuk van m’n grootvader met een prehistorisch opwindknopje, en constateer dat de tijd tijdens deze ‘oersaaie’ etappe omgevlogen is. Wat een vakantie! En morgen is er weer een Tourdag.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.