Columns

U, of tu?

Weet je/u waaraan ik maar niet kan wennen? Dat mensen uit Nederland of Vlaanderen die ik tegenkom en die ik voor het eerst ontmoet en verder helemaal niet ken, gewoon je en jouw tegen me zeggen. Niet dat ik de deftige dame uithang, ik zou niet eens weten hoe dat moet. Maar ik vind dat – na zoveel jaar in de Provence – raar, onwennig. Of eigenlijk ongemanierd. Of zal ik onbeschaafd zeggen?
Toen ik een tijd geleden nog een keertje in Nederland was viel het me ook al op. Bij zo’n Albert Heijn had ik wat boodschappen ingeslagen. Niet voor de echtgenoot die wijselijk in het zuiden was achtergebleven. Hij lust trouwens zelfs geen pindakaas van Calvé, behalve in de pindasaus dan. Ik zou aanschuiven bij wat ex-collega’s van ooit, en moest wat meebrengen. Zo’n soort reünie, geen goed idee hoor. ‘Toen’ is voorbij en ‘morgen’ is veel spannender.
Bij de kassa van die Albert Heijn zei het dienstdoende meisje ‘Hallo!’ tegen me. Heel even vroeg ik me af of haar misschien ooit eerder ontmoet had. Het leek me onwaarschijnlijk. Daarna: “Wil je dit, of dat”? Ik was toen al niet op de hoogte van allerlei spaar- of kortingsaanbiedingen, maar ik viel over dat ‘je’. Ik bedoel, ik was d’r jongere zusje niet.
Het werd nog een heel probleem toen ik dacht te kunnen betalen met een creditcard. Het idee! Het meisje zei: “je moet pinnen!”. Ik houd er al niet van als ik tot iets ‘moet’ gedwongen word en ik vind het – laat ik zeggen – verrassend als iemand die net van school komt, me de les wil lezen. Maar ja, ik was inmiddels buitenlander geworden. Zonder pinpas. Dus de boodschappen konden pas worden afgerekend toen ik een straat verderop cash uit een muurautomaat had weten te trekken.
Nu, een jaartje of wat verder, heb ik dankzij visite uit Nederland gesnapt dat dat ge-hallo en je en jouw heel ‘normaal’is in het land waar ik vandaan kom. Mij best, ik heb er verder niet zo veel mee te maken. Maar wat ligt het hier in de Provence toch anders!
In mijn vorige dorpje zag en sprak ik mijn buurman bijna elke dag. Zo’n jaar of vijfentwintig lang. Nooit kwamen hij en ik tot tutoyeren, het was altijd Madame en Monsieur; vous dus. Ik weet nu niet beter of zo hoort dat. Vanwege mijn werk ontmoet ik hier met enige regelmaat Nederlanders en Vlamingen. Die na een kwartier of zo, doorgaans spontaan beginnen te tutoyeren, Nederlanders iets sneller dan Vlamingen. Het is allemaal ongetwijfeld goed bedoeld, maar ik ben er niet zo van. Het geeft meteen iets intiems, waaraan ik meestal nog helemaal niet toe ben. Wat is er mis met ‘u’ en ‘meneer’ en ‘mevrouw’? Da’s toch gewoon beleefd?
Doe ik nu een bekentenis. In het café waar ik met enige regelmaat aanleg, kus ik zo ongeveer Jan en alleman. Nou ja, kussen, je kent dat wel: luchtkussenwerk waarbij je hooguit een wang schampt. Maar niemand van die mensen spreek ik ooit met ‘tu’ aan, en zij mij niet. Ik zit er weleens over te peinzen, hoe dat nou zit. Iets van een cultuurverschil, dat zal vast wel. Ik kus hier mensen die ik nooit zal tutoyeren. En intussen erger ik me aan eigentalige mensen die vinden dat ze me gewoon kunnen ‘jijen en jouen’. Ik kan daar lang over nadenken. Neem ik er wel een glaasje rosé op het terras bij. Kan nog net, al dreigt de wintertijd alweer. Maar daar hebben we het volgende week wel over.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.