Uit eten? Ik dus niet
Noem me gerust een ongezellig type, maar ik vind deze periode van het jaar die ‘de feestdagen’ heet, helemaal niet zo leuk. Wat valt er eigenlijk te vieren? Ja hoor, ik weet alles van het kerstverhaal. Dat krijg je vanzelf ingepeperd als je als kind elke zondag twee keer tegenstribbelend naar de gereformeerde kerk wordt meegesleurd. Al luisterde ik meestal met minder dan een kwart oor naar de hel- en verdoemenispreken van raar bulderende mannen die steeds maar vanaf de kansel riepen wat er allemaal niet deugde en niet mocht. Nou, véél. En die harde houten kerkbanken waren ook afzien.
Ja, dat heeft erin gehakt, maar het heeft verder niks te maken met het feit dat ik al geruime tijd de tweede helft van december het liefst oversla en hevig naar januari verlang. Al was het alleen al om verlost te zijn van die enorme lawine aan opdringerige tv-commercials die bruut dicteren dat je ‘en famille’ zoveel mogelijk moet consumeren. Want (vreet)feest hè. Nou, mij niet gezien. Mijn familie woont 1.400 km verderop en ik zou niet weten waarom ze speciaal rond kerst moeten invliegen, dat doen ze liever in de zomer; ook in de Provençaalse subtropen is het lang niet altijd feestelijk winterweer. Ik dan naar hen toe? Nou nee, ik kom eigenlijk nooit meer in Nederland.
Behalve op de tv word je ook in de supermarchés vanaf begin december (of nog eerder) met propaganda voor overdadigheid ten tijde van ‘les jours des fêtes’ in je gezicht gemept. Zal wel, ik koop alleen wat er op mijn wekelijkse boodschappenlijstje staat, mij pakken ze niet. Je moet er toch niet aan denken hoeveel er na die familiediners gewoon wordt weg geflikkerd? Iedereen verleid tot veel te veel inkopen en daarna hup, de vuilnisbak in. ‘Gaspillage’, ik kan er steeds slechter tegen. Tuurlijk, er zijn in mijn omgeving ook heus nog mensen die kerst met naastenliefde in verband brengen. Die zie je niet hun afgeladen karretjes over het parkeerterrein van de supermarché met moeite naar hun voiture duwen. Hen kom je tegen bij de Resto’s du Coeur en de SPA’s, de dierenasiels.
Toen ik hier nog niet zo lang woonde, heb ik het wel gedaan: kerstdiner in een echt restaurant. Ook onderdeel van een soort inburgeringscursus, zal ik maar zeggen. Doe ik nu al jaren niet meer. Je krijgt een speciaal ‘menu unique’ waar binnen niet te variëren valt. Ben ik tegen. Ik wil gewoon van de kaart kunnen kiezen. Iets van inspraak als je in ruil voor (meestal) veel geld op kerstavond in een restaurant aanlegt, dat is blijkbaar een idioot idee. Je krijgt zelfs de kans niet zelf je wijn uit te kiezen, dat is per gerecht al voor je gedaan. Bevalt me al helemaal niet. En erger nog: in zo’n menu zit echt altijd iets wat ik niet lust, of uit principe niet eet. Heb ik het over foie gras. Ik weet ook niet wat het is met mijn Provençaalse vrienden, maar ze blijven die opgefokte lever maar eten. Terwijl iedereen toch weet hoe gruwelijk…, nou ja, daar ga ik het maar niet over hebben.
Ook op oudejaarsavond, nog zo’n ultiem feest hier, blijf ik thuis. Ook een paar keer buiten de deur geprobeerd. Weer zo’n in beton gegoten menu, om 00.00 uur de Marseillaise en daarna verplicht gedans. Aan mijn lijf geen polonaise na een zwakke maaltijd en verkeerde wijn. Anders trouwens ook niet. De eerste keer moest ik tot mijn verbijstering met de al volop in de olie verkerende burgemeester van mijn toenmalige dorpje dansen. Een zelfingenomen opblaasautoriteit die ik om allerlei redenen al niet mocht, en die goddank genadeloos afging toen hij wijds uitzwierde en een passerende ober het dienblad met champagneglazen uit handen sloeg. Toch nog één mooie herinnering opgedaan.
Wat ik dan met kerst at? Het beste Belgische gerecht ooit: moules frites. Lekker en vooral simpel. Met vooraf een knoflooksoepje en – na de kaas – m’n klassieke kerstboomstammetje toe. Op oudejaarsavond hou ik het net zo simpel. Maar dat vertel ik morgen.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.