Columns

Ultrasonore rust in de tent

Het moest niet gekker worden. Toen ik vorige week op kantoor kwam en in m’n bureaustoel neerzeeg (jawel, ik zijg neer, het is een steile trap naar kantoor), schoot ik meteen weer overeind. De armleuningen van m’n trouwe ergonomische zitplek voelden aan alsof iemand zonder enige kennis van zaken een rondje met de heggenschaar langs de burelen had gemaakt. Ik keek eens goed, en zag dat er tal van zaagtandjesafdrukjes in het kunstschuim van de armleggers waren uitgegraven. Aha! Dacht ik meteen: loirs! Daar zijn we weer.
In een vorig huis heb ik tamelijk veel last van ze gehad. Het zijn weliswaar schitterende beestjes, iets als een kruising tussen een vriendelijke rat en een eekhoorn met bijbehorende pluimstaart, maar wat kan dat volk een ellende veroorzaken! Relmuizen, ze worden ook wel ‘zevenslapers’ genoemd, omdat ze een winterslaap houden van zeven maanden (klopt in de praktijk echt niet) en ze hebben een voorkeur voor riant bos en rustige huizen. Helaas biedt m’n huidige huis beide. In het begin – toen ik hier pas woonde – was het een tijdje rustig; blijkbaar keken ze even de kat uit de boom. Maar beetje bij beetje werd de zolderverdieping ingenomen en na enige tijd sleepten ze onverstoorbaar met god mag weten wat over zolder, waarbij ze regelmatig iets uit de pootjes op de planken vloer lieten stuiteren, vanzelfsprekend pal boven de slaapkamer zodat je ineens stijf overeind in bed zat, maar verder hielden ze zich eigenlijk wel redelijk gedeisd. Ik kon ermee leven.
Inmiddels niet meer. Ik ben zeer van de beestjes, maar er zijn grenzen. Op je eigen tijd komen en gaan, bij tijd en wijle enig ge-herrie alsof er een loirs-rave party aan de gang is, soit. Maar als je aan m’n bureaustoel begint te knagen, als wie weet daarna de kabeltjes van de internetverbindingen – en dus m’n werk – aan de beurt zijn, dan houdt het op.
Ik belde met de afdeling ‘assainissement’ van de gemeente en vroeg om assistentie. De beambte van dienst kwam met het briljante idee om de beestjes te verjaren. Goed plan. “Maar hoe dan?” vroeg ik gretig, denkend dat hij vast wel de oplossing in huis had.
“Veel herrie maken”, was het ontnuchterende antwoord.
“Dat doen ze zelf al.”
“Keihard heavy metal draaien!” ’t Is een jonge gemeenteambtenaar bij assainissement.
“Maar dan komt de gendarmerie wegens burengerucht, zo in het holst van de nacht.”
“O ja. Nou dan weet ik het ook niet meer.”
“Komen jullie niet, om ze te vangen ofzo?”
“Nee, daar is geen geld voor vanwege de bezuinigingen.”
Duidelijk. Zoek het zelf maar uit.
Ik zag het niet zitten om met gif te gaan strooien, of om vangkooien neer te gaan zetten. Ik heb dankzij een beetje onderzoek op internet een andere oplossing gevonden: ultrasonore tegenherrie. Een klein apparaatje dat je in het stopcontact steekt en dat blijkbaar een hoogst irritant, voor mij niet hoorbaar, geluid afgeeft waarvan die loirs niet gediend zijn. In het begin maakten ze dubbele teringherrie, blijkbaar om hun ongenoegen te uiten. Maar beetje bij beetje hebben ze hun koffertjes gepakt. Ik heb inmiddels ook een soort van kneedpasta gevonden om m’n armleuningen te repareren. Ga ik binnenkort proberen.
Maar wat ik echt dubbele winst vindt, is dat die beestjes dus zonder brute maatregelen naar elders zijn verhuisd. Wij rust, zij vast ook wel ergens weer een leuk leven. Voor slechts een paar ultrasonore eurootjes. Leven en laten leven. Je zou er nog groen van uitslaan.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.