Va (à la) banque
En toen was ik het zat. Ik ging dit in een hoogstpersoonlijke ‘showdown’ uitvechten. En wel meteen.
De bank.
Ik had er genoeg van. Al een jaar of twee probeer ik mijn huidige woonadres er bij de bank doorheen te krijgen, tot op heden zonder succes. Alle schriftelijke adreswijzigingen en verhitte telefoongesprekken ten spijt, blijft mijn bankrekening in beheer bij het bankfiliaal van mijn vorige woonplaats. En jawel, ik bankier via internet, maar bij alles wat ik doe wordt het verkeerde filiaal als mijn bankconnectie vermeld. Is dat erg? Ja! Want in de praktijk betekent dat gezeur en gedoe. Heb ik een RIB nodig (Relève d’Identité Bancaire) – zeg maar je bank-identiteitsbewijs – dan verschijnt daarop het oude adres en ben ik bij voorbaat al verdacht. Vraag ik een nieuw chequeboek aan (je kunt hier nog steeds niet zonder) dan kan ik dat op het oude bankfiliaal komen ophalen. Is toch bijna anderhalf uur rijden. Aan doorsturen doen ze niet. Wil ik een adres toevoegen aan m’n lijstje van mensen aan wie ik weleens iets overmaak, dan moet ik de gegevens persoonlijk bij de bank komen opgeven. Pas daarna mag ik via internet verder bankieren. Is mijn Carte Bancaire verlopen, dan kan ik het nieuwe kaartje bij het filiaal komen ophalen. Het oúde filiaal dus!
En daar was ik na twee jaar helemaal klaar mee. Ik ging dus maar even babbelen met het filiaal in de grote stad waaronder mijn huidige woongehuchtje valt. In persona. Dat kun je beter niet doen in je gebruikelijke ‘pull de camionneur’ en spijkerbroek, leek me. Dus voor de gelegenheid had ik me gestoken in volledig oorlogstenue, te weten een hoogst ernstig te nemen power suit, serieuze pumps en een zinloos mapje onder de arm maar dat vond ik wel bijpassend indrukwekkend. Ik ging ook gehuld in mijn klassieke wintermantel, ooit in Rome gekocht.
Ik werd allervriendelijkst ontvangen, dat was meteen al een tegenvaller want ik stond geprogrammeerd op oorlog. Ik werd ook niet ‘in de wacht gezet’ (u màg daar gaan zitten tot een belangrijk iemand tijd voor u heeft), wat de vervreemding nog vergrootte. Ik werd meer dan beminnelijk te woord gestaan door een weelderige dame die begon te vertellen dat ze in een naburig dorpje woont. Het schiep een band, terwijl ik nota bene gekomen was om over de lamzakkerige dienstverlening te klagen. No way, service ‘over-the-top’: het ging meteen geregeld worden, alles kwam in orde. Ik hoefde straks thuis alleen maar even in te loggen en ik zou al m’n gegevens ‘up-to-date’ kunnen bewonderen.
Yeah, sure. Na twee jaar soebatten zou alles ineens in orde zijn?
Ja dus. Vlekkeloos. Niks op aan te merken.
Ik denk dat ik het wel weet: persoonlijk contact. De dame van de bank zei met een stralende glimlach dat ze het fijn vond me te ontmoeten, de filiaalmanager kwam me een handje geven. Je bestaat hier pas echt als ze je ‘vis à vis’ gezien hebben. Ik kwam langs, dus ik besta.
Nou ja, ‘t scheelt toch zo’n vijf kwartier in de auto.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.