Verboden champagne
Niet alleen omdat ik nooit iets te vieren heb, hoef je bij niet aan te komen met de kakkineuze feestwijn champagne. Ik ben ook niet geneigd met open ogen in de hinderlaag van laaienlichters te trappen en naar mijn mening verhoudt de prijs/kwaliteit van dat gebubbel zich tot die van een olifant tot een mier. Naar mijn menig is dit spuitspul hooguit geschikt om er de winnaar van een lawaaierige autorace mee te besproeien.
Bovendien verblijven champagneboeren in de kelder van de deugdzaamheid.
Dat bleek dezer weken opnieuw.
Ik wist dat ook niet, maar in Zwitserland heb je een dorp dat Champagne heet. Er zijn een paar wijngaarden (28 ha.) en het leek de wijnbouwers vrij gewoon om op de etiketten van hun flessen ‘Commune de Champagne’ te vermelden. Een soort Raad van de State van het kanton waar dat Zwitserse Champagne onder valt, vond dat in januari desgevraagd ook.
In de Franse Champagnestreek (34.000 ha.) werden ze door een verrader met spion-ambities getipt en meteen lanceerden ze juridische raketten richting Zwitserland. Toch rijk genoeg om dure advocaten in te huren. Die à raison van een sprankelend uurtarief kwamen vertellen dat champagne een ‘beschermde’ naam is waar een paar keuterproducenten van ordinaire witte wijn met hun armoedige tengels vanaf moeten blijven.
Begin deze maand boog een rechtbank in Zwitserland het hoofd voor de Franse champagne-agressie. Want in een handelsovereenkomst tussen de EU en de nazaten van Wilhelm Tell staat nadrukkelijk: handen af van het ‘merk’ champagne.
Je zou denken: ‘Commune de champagne’ dat moet dan toch kunnen? Blijkbaar niet. Een nederige rechtbank in zo’n altijd neutraal land die z’n hoed afneemt voor een vorm van Frans imperialisme.
Terwijl de Fransen ten onrechte champagne claimen. Er is die legende van Dom Pérignon (1638-1715), de keldermeester van de abdij in Hautvilliers in de Champagne-streek, die de bubbeltjesbelevenis zou hebben ‘uitgevonden’. Onzin. Al in 500 of zo is er sprake van ‘tweede gisting’- en dus ‘foute’ wijn. Tweede gisting is de essentie van de kinderachtige bellenblazerij van de champi. Ver voor die monnik wiens naam nu met pecunnia samenvalt, bestond er in bepaalde kringen al het idee dat die tweederangswijn toch iets te bieden had. In 1572 noteerde een Italiaanse advocaat dat ‘die sterretjes dansen in het glas en eigenlijk door doden gedronken zouden moeten worden.” De enige bijdrage van Dom Pérignon aan champagne is dat hij als eerste die tweede gisting zich niet in een fust, maar in een fles liet voltrekken. Het zou zo zijn dat in zijn kelder heel wat flessen ontploften. Tot iemand bedacht: doe een ijzerdraadje om die kurk.
Behalve dan dat ik het spul niet drink, weet ik verder niets van champagne. Maar dat die Frans arrogante champagne-monopolisten vorig jaar 18% minder flessen hebben weggezet, vond ik mooi om te horen. Dat zal ze leren. Als je zelfs maar één bubbeltje beschaving in je donder hebt, dan gun je de vin blanc van de Commune de Champagne een plekje in het schap van supermarché.
Ik ga proberen me een paar flessen van die wijn te laten toesturen. Ik oordeel bij voorbaat positief.
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.