Columns

Voetbalkroeg

Het leek echt te kunnen vanmorgen, even een snel aperitieflunchglaasje op het terras van de dorpskroeg. Ik zat nog niet of het begon te regenen, alweer. Of moet ik zeggen: nog steeds? Het staat nu wel vast dat we te maken hebben met een compleet verkloot voorjaar, een ‘printemps pourri’ zoals ze dat hier noemen, en daar word ik zo langzamerhand stinkchagrijnig van. Elke dag op je kaplaarzen de hondenwandelingen door soppen, terwijl het qua kalender toch echt allang tijd is voor een beknopte korte broek en espadrilles. Climate change? Absoluut, maar dan wel een niet-voorspelde natte kant op.
De kroegtijgers op het dorp baalden ook, ze zijn gewend hun wijdlopige betogen met ruime armgebaren op het terras voor de deur uiteen te zetten; binnenzitten in het café heeft iets weg van inschikken in een te krappe schuilkelder: treurnis troef. En noem het gerust een afwijking, maar bij triest weer heb ik geen zin in rosé. Dan wordt het een rouge, die ik om de een of andere reden met winterse warmte associeer. Helaas serveert de kroegbazin de rouge direct uit de ijskoeler, waarschijnlijk omdat ie dan langer houdbaar is, zo hoog is de omzetsnelheid niet. De meeste stamgasten drinken een ‘foetus’ of een ‘baby’ whisky of een pastis waar amper water aan te pas komt, kleine glaasjes die ze in één slok achterover slaan. Doe je niet, met een kouwe rooie. Al moet ik toegeven dat ik bij serieuze zomerhitte soms ook wel gekoelde rouge drink als dat zo uitkomt, bij een maaltijd. Ik ken een paar vinologen die daar schande van spreken, ‘opgefriste’ rouge schijnt op gebrek aan respect te wijzen. ’t Zal best, leg het maar uit aan de kroegbazin.
De sfeer in de kroeg was dus ronduit lamlendig. Een paar verloren bouwvakkers, gedoemd tot ‘chômage technique’ want metselwerk kreeg met dit weer geen kans te drogen: ‘il faut que ça sèche!’. In de wijngaarden was het ook een en al ellende, vertelde iemand die onlangs nog door hagelbuien het snoeiwerk had moeten staken: ook de oogst zou straks wel ‘pourri’ zijn.
We keken met z’n allen somber naar de tv, een voorbeschouwing op Rusland-Saoedi Arabië, de opening van het WK voetbal. En toen had ik dus m’n mond moeten houden.
Kijk, er blijft in zo’n dorpsgemeenschapje nou eenmaal niks geheim. Je komt hier als buitenlander wonen, je komt eens bij de tabac, bij de épicerie, in de kroeg. En na een eerste opmerking over je ‘petite accent charmante’ (terwijl ik vind dat dat jammer genoeg verraderlijker is dan dat van een Rus die Swahili probeert te spreken), willen ze dus ook weten waar je vandaan komt. “Ah, Pays Bas.”
Dat leek me geen kwaad te kunnen. Toen. Sinds het WK ligt dat een tikkie anders.
“Jullie doen dus niet mee, hè?“, treiterde de ‘man-met-de-hoed’ die ik wel vaak op het terras heb gezien maar met wie ik nog nooit contact heb gemaakt. Je hebt van die mensen van wie je op het eerste gezicht al denkt: doe maar niet. En die eeuwige hoed – een vettig-vaal leren namaak cowboygeval met uitbundige zilverversiering – stond ‘m ook al niet.
“Nee”, moest ik toegeven, dat Nederland was uitgeschakeld was me bekend. Maar dat ik niettemin het WK voor honderd procent ging volgen vond ie maar vreemd. En toen zei ik dom genoeg ook nog eens dat ik sportjournalist ben geweest; je moet altijd oppassen met een derde rouge als het regent.
“Frankrijk wordt wereldkampioen toch?“ mengde de postdirecteur (die ik wèl goed ken) zich in het gesprek. Hij had alle tijd om een stevige boom op te zetten, hij was in staking. Wat niet veel uitmaakte, want zijn kantoortje van La Poste is toch bijna ooit open.
“Ik denk het niet ”, zei ik.
Au. Ik was er kennelijk met een gestrekt been in gegaan. Meteen een mannetje of tien om me heen: hoezo, Frankrijk niet, ‘étrangère’? Ik begon nog over Griezmann, Pogba en de bedenkelijke keeper Lloris. Om duidelijk te maken dat ik gedetailleerd op de hoogte was van het Franse voetbal. Maar mijn verdedigingstactiek was al ten prooi gevallen aan een onbarmhartig soort nationalisme. En het werd nog erger toen ik ook over de kansen van België, Duitsland en Brazilië begon, véél beter dan Frankrijk. Het zette me op een 10-0 achterstand, in elk geval tijdens dit WK. Soms moet je gewoon je kop houden. Gelukkig bood de kroegbazin ons allemaal een glaasje aan, het vredesverdrag was snel getekend. Alsof we op de flitstop van Kim&Trump in Singapore waren. Maar ik zal blij zijn als het eindelijk weer terrasweer is. Kunnen we het weer gewoon over lekker eten hebben, het standaardonderwerp hier. Al moet je ook daar mee oppassen: het ene recept is het andere niet en dan kunnen er na een paar glaasjes rake klappen vallen.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.