Columns

Zitcomfortzone

Bon, ik ben geen 18 meer. Eerlijk gezegd ben ik al een respectabel aantal jaren ruim 30 (elk jaar een beetje ruimer) dus daar zal het wel mee te maken hebben. Maar als ik over de boulevards van de Côte d’Azur slenter en aan een hapje eten denk, kijk ik tegenwoordig niet speciaal éérst naar de menukaarten die geëtaleerd worden. Qua voedsel meestal keus te over, en met een beetje mazzel en een verstandige selectie uit het aangebodene kom je altijd wel uit op een aantrekkelijke lunch of een prettig diner voor een aanvaardbare prijs. Nee, ik wil – sinds ik met een formidabele hernia genadeloos door m’n rug ben gegaan – vooral weten hoe het met het horecameubilair gesteld is. Wegens meer dan iets te vaak plaatsgenomen op stoeltjes waarvan je na afloop van de maaltijd, als je dan opstaat, meteen weet: foute boel, dat wordt weer een weekje strompelen op z’n minst! En geloof me maar, de keus aan acceptabel zitmeubilair is aanzienlijk geringer dan aan aantrekkelijk voedsel. Ik verdenk inmiddels veel restaurants aan de Côte ervan een soort geheime deal met fysiotherapeuten te hebben. Ongelukkig gestoelte = handel in hernia = kassa voor de bottenkrakers. Oké, ik moet erkennen dat ik tot nog toe geen visitekaartje van zo’n ‘kiné’ bij de ‘addition’ heb aangetroffen. Maar dat zegt niks; de volgende keer kan het zomaar raak zijn.
Het zou kunnen verklaren waarom zelfs de betere restaurants vaak een opmerkelijke voorkeur koesteren voor onzitbare zitelementen. Ik heb er wel eens naar geïnformeerd bij zo’n adres waar ze hun neus ophalen voor een simpele salade Niçoise. Waarom nou niet gewoon een lekker zittende stoel waaraan je geen blessures overhoudt? Zo’n prettig aanschuifmeubel met aangename rug- en armleuningen dat ook nog eens dat juiste stukkie onder de tafel past, zodat je niet met uitschuifarmen de kloof tussen je bord en je mond hoeft te overbruggen. Dat je – als het ware – niet helemaal uit je fysieke comfortzone wordt geradbraakt om een hapje weg te kunnen werken. Heb ik het nog niet eens over het gedonder met de glazen; probeer maar eens elegant een mee-eter(esse) bij te schenken als je er net niet bij kunt. Onlangs vroeg ik het aan de ober van dienst van zo’n eetgelegenheid waar ik niet geheel vrijwillig (Logé: “Ah, laten we hier lunchen, zo cool!”) van de zitcomfortzone gebruik maakte. Hij zag me waarschijnlijk niet als de kek ingeburgerde Provençaal die ik inmiddels ben. Of misschien ook wel: een voor stadse fratsen te nuchtere plattelander die graag comfortabel op een eerlijke stoel zit. Hij monsterde me van top tot teen en wees me vanuit zijn verre hoogte terecht: ik had op een design(!)-stoeltje van een internationaal erkende creatief mógen plaatsnemen, en daar mijn rivierkreeftjes gevolgd door inktvis ‘à la plancha’ mógen verorberen. Ik diende me bevoorrecht te voelen.
Ik heb maar niet meer gevraagd welke creatieve hoogvlieger verantwoordelijk was voor die wankele klotentafel waarvan de designgedachte wulps uitlopende middenpoot met feilloze precisie wist te verhinderen dat je je benen kwijt kon. Ik voelde me al ‘bevoorrecht’ genoeg.

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.