Recept van de week: Spruitjessalade
Uit het rijke kookschrift van Renée Vonk-Hagtingius.
Spruitjes? Jaren heb ik bijvoorbaat nee gezegd. Een soort jeugdtrauma. dat gaat wat ver. Maar mijn moeder leefde in de veronderstelling dat je ze vooral lang moest koken. Dat dachten toen de meeste huisvrouwen, denk ik. Het resultaat was dat het bittere van de spruit alleen maar benadrukt werd. ’t Kan overigens ook best zo zijn dat hedendaagse spruitjes door veredeling van ‘huis ‘uit’ al minder bitter smaken. In elk geval: mij hoor je daar iet meer over.
Mijn herontdekking van de chou de Bruxelles, zoals de spruit hier heet, begon toen ik een keer in een restaurant in Vlaanderen een stamppot (’stoemp’) op spruitbasis voorgezet kreeg. En eenmaal in de Provence wrd ik een echte liefhebber : spruitjes in een dressing van honing, mosterd en tijm. Maar we, zeggen ze, dit weeekeinde eindelijk serieus lenteweer krijgen, kies ik voor een frisse salade met de spruitjes die al heb liggen. Hier alleen bij uitzondering in de supermarché te koop. Op de markt heb ik ze nooit zien liggen. Overweeg er (geroosterd) boerenbrood bij te doen. En ik zou zeggen: een glas rosé.
Ingrediënten
- 1 pond spruiten
- ½ bosje bieslook
- 1 (klein) teentje knoflook
- 4 eetlepels notenolie
- ½ citroen (uitgeperst)
- 2 eetlepels balsamico-azijn
- ½ theelepeltje zout
- ½ theelepeltje witte peper
- 100 gram parmesan (aan een stukje)
Bereiding
Haal de donkere buitenste bladen van de spruitjes zodat alleen het schone, heldergroene deel overblijft. Snij de spruiten in de lengte in tweeën, en snij die helften van onderaf in heel dunne reepjes; stop als de bladeren overgaan in het harde gedeelte, dat gooien we weg. Doe het gesneden spruitsel in een grote, hittebestendige zeef, die op een pan past. Vul die pan met water en breng dat aan de kook. Past alles niet in één keer in de zeef, dan gewoon in porties werken. Hang de zeef met spruitsel een half minuutje in het kokende water en spoel het meteen daarna af onder de koude kraan. Dat heet blancheren, en haalt net het rauwe van de spruitjes af. Laat het spruitsel in de zeef of een vergiet uitlekken. Snij de bieslook fijn, pel het knoflookteentje, en pers de halve citroen uit. Klop in een ruime kom de notenolie, het citroensap, de balsamico-azijn, zout en peper tot een mollige vinaigrette. Doe de bieslook erbij en knijp het teentje knoflook er bovenuit. Roer alles nog even door elkaar en laat staan. Schaaf met de kaasschaaf mooie krullen van de parmesan, rooster (eventueel) het boerenbrood. Meng het spruitsel door de vinaigrette, laar de smaken even goed intrekken, en verdeel de spruitjessalade over de borden. Verdeel er de parmesan-krullen over en geef het boerenbrood er los bij. Een klein glaasje rosé of wit is verleidelijk, maar denk aan de calorieën: 73 Kcal voor een glas (100 ml) rosé en 65 Kcal voor een glas droge witte. Maar ja, in een snee boerenbrood (50 gram) zitten wel 125 Kcal, dus dat streept lekker tegen elkaar weg. En nu roept iedereen: “En die notenolie dan?” Komt je op 85 Kcal per eetlepel te staan. Maar neem van mij aan: zonder, wordt het niks. En die spruitjes doen maar 37 Kcal per 100 gram …
Deel dit artikel
Meer inspiratie?
Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.