BONJOUR

Welkom op onze vernieuwde site

Met deze website zijn Côte & Provence en Kijk, Zuid-Frankrijk! samengevoegd. We werken nog aan het overzetten van informatie en het toevoegen van functies. In de loop van dit najaar is alles afgerond en inspireren we je nog uitgebreider over Zuid-Frankrijk. Nog even geduld!

Team Côte & Provence

Columns

Vooroordelen en spraakverwarring

Bijna iedereen die ik spreek weet wel een aantal markante verschillen tussen Nederlanders en Fransen op te sommen. En dan heb ik het niet alleen over Nederlanders, maar ook over Fransen. Vanzelfsprekend zit daar een aantal klassiekers tussen, want vooroordelen over en weer zijn beslist niet van gisteren of eergisteren. Historisch gegroeid, zullen we maar zeggen, voortkomend uit eeuwenlange ‘ervaring’. Maar negen van de tien keer gaat het om onbegrip, vaak voortkomend uit spraakverwarring. Zelfs degenen die de taal van de ander heel behoorlijk beheersen, komen nog voor gênante situaties te staan. En dat kan je lelijk opbreken als je bijvoorbeeld -zoals een kennis van me overkwam- in het Frans zaken moet doen. Op een symposium had hij zijn beoogde zakenpartner aan het woord gehoord en het leek hem een goed idee om de man te complimenteren met zijn fraaie speech. Hij vertelde hem na afloop dus dat hij bijzonder gecharmeerd was van zijn mooie woorden en dat hij hem zeer welsprekend had gevonden. Ten- minste, dat dácht hij. In werkelijkheid verweet hij de arme man dat hij hem had uitgescholden en hem uitbundig met speeksel had besproeid. Toegegeven, mijn kennis zat op de eerste rij, maar zo grof en zó ‘nat’ was hij beslist niet toegesproken. Wat ging er mis? Geen serieuze cursus Frans gevolgd, dat om te beginnen. Een cursus waarbij je niet alleen de elementaire grammatica leert beheersen, maar waarin je ook de ter zake doende taalnuances krijgt uitgelegd. ‘Gros mots’ zijn geen grote mooie woorden, maar scheldwoorden. En ‘flux de bouche’ is geen welsprekendheid, maar staat voor speekselvloed; nat praten dus. Kijk er de etymologische Van Dale maar op na: daar staat dat de uitdrukking ten onrechte in het Nederlands wordt gebruikt. In het Frans heet het ‘éloquence’ of ‘flux de paroles’ als je goed van de tongriem gesneden bent.
Vanzelfsprekend kan het erger. Gebarentaal is helemaal iets om je verre van te houden. Het simpele gebaar waarmee wij Hollanders bijvoorbeeld aangeven dat iets oké is -waarbij je een rondje maakt van duim en wijsvinger- betekent in het Frans dat je iemand een enorme hufter vindt. Ik zie en hoor het onze kroegbaas nog toevoegen aan iemand die zijn nering frustreerde door het enige toegangsstraatje voor de truck van de bierbrouwerij te blokkeren en weigerde even verderop te parkeren voor hij zijn café au lait op had: “Vous êtes un nul, monsieur!” Waarop deze Nederlandse klant zijn duim opstak, ten teken dat hij het ook wel erg oké vond op het terras onder de plataan. Waarna de kroegbaas het helemaal niet meer had, want een opgestoken duim betekent zoveel als: vooral zo dóór gaan. En dat kan ook héél cynisch bedoeld zijn. Het is nog net geen matten geworden, maar het scheelde niks. En is er uiteraard nog het cultuurverschil als het gaat om eten en drinken. Wijlen journalist Jan Brusse -zelf vele jaren woonachtig in Zuid-Frankrijk- ontkwam er ooit mee aan een bekeuring. Hij had bij zijn favoriete château een paar ‘bonbonnes’ (glazen mandflessen) wijn gehaald, waarvan er helaas eentje tijdens het vervoer was geknapt. Zijn auto stonk een uur in de wind en natuurlijk werd hij uitgerekend toen aangehouden. “Vous avez bu, monsieur?” Geen druppel, maar bewijs het maar eens in het voor-blaaspijpjes-tijdperk. Waarop Brusse een uitgebreid exposé begon over de nationale drank van Nederland: melk. “Du lait?” vroeg de gendarme meewarig. “Gaat u maar gauw naar huis; u bent wel aan een glaasje toe.”
Ook regeringsleiders ontsnappen niet aan dat cultuurverschil. Ooit werd François Mitterand tijdens een bezoek aan Nederland een broodje kaas en een glas melk als lunch aangeboden. Het heeft de notulen gehaald, maar ‘le chef de l’état’ zelf nooit. Die was meteen vertrokken naar een sterrenrestaurant in de buurt voor een rijkelijk besproeid drie-gangendéjeuner. Overigens dronk Jacques Chirac voornamelijk bier bij zijn eten en dat werd hier in het zuiden smalend becommentarieerd: “Bier is voor in de kroeg; bier bij het eten is voor noorderlingen.” Eigenlijk zou het hier in het zuiden dus heel goed moeten vallen dat Nicolas Sarkozy een eigen champagne heeft (foto). Nee dus. ‘Trop mufle’ (te patserig). Bovendien drinkt Sarko officieel geen druppel. En tja, dan ben je meteen niet te vertrouwen: “Mefiez vous de quelqu’un qui ne boit pas son cubi!”

Meer inspiratie?

Dan hebben we een suggestie! Lees Côte & Provence magazine 4x per jaar met een eigen abonnement en ontvang een prachtig Frankrijkboek, of koop de actuele editie die nu in de winkel ligt.